Tag Archives: Spinfluence

What’s trending in branding? | Adformatie

What’s trending in branding? | Adformatie.

door Andy Mosmans, blogger | 30 juli 2014, 14:43 in Merk

Branding

What’s trending in branding?

What’s trending in branding?

Een sterk merk worden is een, het blijven is twee.

De laatste tijd word ik nogal eens gevraagd om een verhaal te houden over de laatste ontwikkelingen in branding. Ik ontwikkelde zodoende de presentatie ‘what’s trending in branding’ en in dit artikel licht ik een tipje van de sluier. Over merken en hoe zij moeten en kunnen innoveren.

Sterke merken

Natuurlijk belichamen sterke merken een unieke identiteit, maar evenzeer beschikken zij over het vermogen om die continu adequaat in beweging te houden via relevante innovatie. Sterke merken vertegenwoordigen veel waarde voor hun eigenaren.

Bijvoorbeeld Business Week en Interbrand publiceren hierover jaarlijkse overzichten van de meest waardevolle merken; in het algemeen, maar ook op het vlak van retail, duurzaamheid, bepaalde regio’s en landen, etc.

Meest recent verscheen in Nederland het rapport over de meest sterke mediamerken. In het vorige onderzoek uit 2010 domineerde nog de zeven grote televisiemerken en stond ook een krantenmerk als De Telegraaf fier overeind. Het draaide toen nog om de massamerken en commerciële merken. De helden van toen lijken sindsdien echter te hebben stilgestaan. Nu zien we namelijk een totaal ander beeld. Geen van deze categoriereuzen van weleer komen nog voor in de top 10. In plaats daarvan zien we publieke merken, zoals nummer 1, de NOS, Nederland 1 en Uitzending Gemist en special interest merken als Discovery Channel.

Massamerken zijn ingeruild voor merken met een duidelijke visie en specifieke identiteit. Interbrand concludeert: ‘Er is geen plaats meer in de top 10 voor traditionele, op zichzelf staande categoriemerken.

Sterke (media)merken vandaag de dag zijn multimediaal toegankelijk. De gebruiker heeft de regie overgenomen van het merk. Hij bepaalt wanneer hij welke content bekijkt.’ Daarnaast zijn er veel digitale & social media merken te vinden in de hoogste regionen van de lijst, zoals natuurlijk Facebook, NU.nl, YouTube en LinkedIn. Een interessante ontwikkeling, aangezien deze merken zelf geen content leveren, maar gebruikers alleen faciliteren om de door hun gewenste content tot zich te nemen. In een wereld van teveel is de toekomst niet alleen aan merken die (nog meer) aanbod bieden, maar zeker ook aan merken die een ‘agent’-functie vervullen.

Meer dan een logo

Wat verder belangrijk is bij het bouwen en blijven van een sterk merk is conceptuele samenhang. Een sterk merk, merk je. In alles. SWOCC noemt dit merkorientatie. Meer merkgeorienteerde organisaties blijken meer succesvol, zo blijkt uit SWOCC publicatie 47: ‘Merkorientatie als succesrecept’.

Een merk is meer dan een logo. Hoe mooi ook het ooit door OMA voorgestelde logo voor Europa is, het maakt het werelddeel niet direct meer aantrekkelijk. Niet zozeer het ‘teken’ maakt het verschil, als wel de ‘betekenis’ die het merk vertegenwoordigt. Als mentaal fenomeen (mindshare), maar tevens als organiserend principe in de markt (market share) en binnen de organisatie zelf.

Chris Macrae noemde merken in het licht van deze laatste functie ook wel ‘living scripts’. Het zijn binnen de organisatie ‘concepts that drive the business’: ze geven richting en betekenis aan het handelen van medewerkers die op deze manier ook ‘medemerkers’ zijn te noemen.

Giep Franzen pleitte recent zodoende voor een Chief Brand Officer als eindverantwoordelijke en inspirator voor het merk. Meer en meer bedrijven richten zodoende ook eigen interne ‘branding universities’ op, waarin ‘proprietary branding theory & models’ worden onderwezen en verder ontwikkeld. Heineken bijvoorbeeld, heeft in dit geval haar eigen Global Commerce University waarbinnen het zelf ontwikkelde ‘Brand in a Bottle’-merkidentiteit model een centrale rol speelt. Ook de nieuwe positionering, visuele identiteit en spraakmakende campagne ‘UNCAGE’ voor het Aziatische merk Tiger zijn recent volgens deze ‘way of doing’ ontwikkeld.

Creative Director

We zouden ook van een Creative Director voor het merk kunnen spreken. Iemand die niet alleen de vorm, maar zeker ook de visie daar achter van het merk bewaakt en in beweging houdt. Iemand die conceptueel als curator van het merk fungeert en niet alleen de consistentie van het merk waarborgt maar eveneens de creatie en innovatie van het merk. Merken moeten namenlijk niet alleen economisch kapitaal ontwikkelen, maar ook sociaal kapitaal en wat professor Arjo Klamer ‘cultureel kapitaal’ noemt: het vermogen om te inspireren en innoveren!

Zoals Steve Jobs daarvoor zorgde bij Apple, Tom Ford dat ooit voor Gucci deed en CMO Alexis Nasard dat binnen de wereldwijde Heineken cultuur probeert te ontwikkelen.

Een dergelijke persoon moet dan vervolgens ook goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op het vlak van neuro ondezoek. Hoe, zoals Martin de Munnik van Neurensics dat stelt, ‘de koopknop’ werkt. Sterke merken vertegenwoordigen ‘goed voelende meerwaarde’: ze weten in ons brein vooral positieve emoties te activeren.

Het waarom der dingen

Of zoals in de best seller ‘Start with why’ van Simon Simek valt te lezen: sterke merken maken mensen vooral ook duidelijk ‘waarom’ ze bestaan, in plaats van alleen maar ‘wat’ ze te bieden hebben. 

In feite blijven we als volwassenen net als kinderen ons hele leven gedreven door het ‘waarom der dingen’. En hoe betekenisvoller dit is, hoe beter. Prachtige internationale Nederlandse merken die zich de laatste tijd voorspoedig ontwikkelen zijn bijvoorbeeld G-STAR, dat Roland van Kralingen als totaal een grote innovatie noemt en meer specifiek met hun ‘RAW for the oceans’ project, Rituals dat de overtuiging heeft dat ‘dagelijkse routines weer rituelen moeten worden’, La Place dat het dagelijks mogelijk maakt om op een 100% verse en natuurlijke manier ‘te houden van wat goed voor je is’ en inmiddels in New York en Bali vestigingen heeft, of CitizenM dat onder de bezielende leiding van oud Mexx oprichter Rattan Chadha de Swatch onder de hotels wil worden in de wereld en tenslotte Fatboy waar de oprichters de het merk recent terugkochten van een investeringsmaatschappij om daarmee weer hun vertrouwde (innovatieve) koers te gaan varen vanuit hun missie: ‘Deleting dull’

Zo spreken we tegenwoordig ook wel over ‘purposeful positioning’. Unilever’s missie ‘to add vitality to life’ is hiervan een goed voorbeeld. Maar ook het hippe en snel groeiende merk Method dat op het vlak van schone duurzame schoonmaakmiddelen zich positioneert als een beweging: ‘the people against dirty’. Kees Klomp geeft aan dat er een verschuiving is waar te nemen van ‘marketing’ via ‘merketing’ naar ‘mattering’.

De betekeniseconomie

De betekeniseconomie dient zich aan. Je kan er maar beter als merk toe doen want alles hangt samen en alles komt uit. Als zelfs de controleurs van KPMG gecontroleerd moeten worden helpt de zakelijke burcht waarin het bedrijf is gevestigd niet langer. Het gebouw als status-teken van de oude wereld, vertegenwoordigt een tegenovergestelde betekenis in de nieuwe.

‘Branding in the New Normal’ draait om betekenis, beweeglijkheid, transparantie en dialoog. Natuurlijk wordt dit ook in de hand gewerkt door alle ontwikkelingen in de digitale wereld. En meer specifiek de wereld van de social media. Maar ook daar dienen merken niet alleen aanwezig te zijn, ze moeten bovenal als zichzelf aanwezig zijn. Interactie vraagt juist ook om identiteit: vanuit wie en waarom vindt de interactie plaats?

Ook content management, storytelling, moet vanit deze visie plaatsvinden. Ook hier gaat het om conceptuele consistentie: the medium (het merk) is the message!

Het concept dat het merk belichaamt vormt de context voor de content die wordt gecommuniceerd. In dit licht is ook een supermerk als Google in toenemende mate geinteresseerd in branding. Het platform Think with Google verschaft hiervoor een interessant podium. Google wil op deze manier niet alleen zelf een sterk merk blijven, maar ook andere merken intensiever gaan helpen succesvol te blijven. Van ‘search engine’ naar ‘branding engine’ dus.

Voor meer informatie over dit alles verwijs ik graag naar het boek BrandingNL en de AOG-leergang Merkmanagement die in november alweer voor de 35e keer van start gaat.

door Andy Mosmans, blogger | 30 juli 2014, 14:43 in Merk

Branding

What’s trending in branding?

What’s trending in branding?

Een sterk merk worden is een, het blijven is twee.

De laatste tijd word ik nogal eens gevraagd om een verhaal te houden over de laatste ontwikkelingen in branding. Ik ontwikkelde zodoende de presentatie ‘what’s trending in branding’ en in dit artikel licht ik een tipje van de sluier. Over merken en hoe zij moeten en kunnen innoveren.

Sterke merken

Natuurlijk belichamen sterke merken een unieke identiteit, maar evenzeer beschikken zij over het vermogen om die continu adequaat in beweging te houden via relevante innovatie. Sterke merken vertegenwoordigen veel waarde voor hun eigenaren.

Bijvoorbeeld Business Week en Interbrand publiceren hierover jaarlijkse overzichten van de meest waardevolle merken; in het algemeen, maar ook op het vlak van retail, duurzaamheid, bepaalde regio’s en landen, etc.

Meest recent verscheen in Nederland het rapport over de meest sterke mediamerken. In het vorige onderzoek uit 2010 domineerde nog de zeven grote televisiemerken en stond ook een krantenmerk als De Telegraaf fier overeind. Het draaide toen nog om de massamerken en commerciële merken. De helden van toen lijken sindsdien echter te hebben stilgestaan. Nu zien we namelijk een totaal ander beeld. Geen van deze categoriereuzen van weleer komen nog voor in de top 10. In plaats daarvan zien we publieke merken, zoals nummer 1, de NOS, Nederland 1 en Uitzending Gemist en special interest merken als Discovery Channel.

Massamerken zijn ingeruild voor merken met een duidelijke visie en specifieke identiteit. Interbrand concludeert: ‘Er is geen plaats meer in de top 10 voor traditionele, op zichzelf staande categoriemerken.

Sterke (media)merken vandaag de dag zijn multimediaal toegankelijk. De gebruiker heeft de regie overgenomen van het merk. Hij bepaalt wanneer hij welke content bekijkt.’ Daarnaast zijn er veel digitale & social media merken te vinden in de hoogste regionen van de lijst, zoals natuurlijk Facebook, NU.nl, YouTube en LinkedIn. Een interessante ontwikkeling, aangezien deze merken zelf geen content leveren, maar gebruikers alleen faciliteren om de door hun gewenste content tot zich te nemen. In een wereld van teveel is de toekomst niet alleen aan merken die (nog meer) aanbod bieden, maar zeker ook aan merken die een ‘agent’-functie vervullen.

Meer dan een logo

Wat verder belangrijk is bij het bouwen en blijven van een sterk merk is conceptuele samenhang. Een sterk merk, merk je. In alles. SWOCC noemt dit merkorientatie. Meer merkgeorienteerde organisaties blijken meer succesvol, zo blijkt uit SWOCC publicatie 47: ‘Merkorientatie als succesrecept’.

Een merk is meer dan een logo. Hoe mooi ook het ooit door OMA voorgestelde logo voor Europa is, het maakt het werelddeel niet direct meer aantrekkelijk. Niet zozeer het ‘teken’ maakt het verschil, als wel de ‘betekenis’ die het merk vertegenwoordigt. Als mentaal fenomeen (mindshare), maar tevens als organiserend principe in de markt (market share) en binnen de organisatie zelf.

Chris Macrae noemde merken in het licht van deze laatste functie ook wel ‘living scripts’. Het zijn binnen de organisatie ‘concepts that drive the business’: ze geven richting en betekenis aan het handelen van medewerkers die op deze manier ook ‘medemerkers’ zijn te noemen.

Giep Franzen pleitte recent zodoende voor een Chief Brand Officer als eindverantwoordelijke en inspirator voor het merk. Meer en meer bedrijven richten zodoende ook eigen interne ‘branding universities’ op, waarin ‘proprietary branding theory & models’ worden onderwezen en verder ontwikkeld. Heineken bijvoorbeeld, heeft in dit geval haar eigen Global Commerce University waarbinnen het zelf ontwikkelde ‘Brand in a Bottle’-merkidentiteit model een centrale rol speelt. Ook de nieuwe positionering, visuele identiteit en spraakmakende campagne ‘UNCAGE’ voor het Aziatische merk Tiger zijn recent volgens deze ‘way of doing’ ontwikkeld.

Creative Director

We zouden ook van een Creative Director voor het merk kunnen spreken. Iemand die niet alleen de vorm, maar zeker ook de visie daar achter van het merk bewaakt en in beweging houdt. Iemand die conceptueel als curator van het merk fungeert en niet alleen de consistentie van het merk waarborgt maar eveneens de creatie en innovatie van het merk. Merken moeten namenlijk niet alleen economisch kapitaal ontwikkelen, maar ook sociaal kapitaal en wat professor Arjo Klamer ‘cultureel kapitaal’ noemt: het vermogen om te inspireren en innoveren!

Zoals Steve Jobs daarvoor zorgde bij Apple, Tom Ford dat ooit voor Gucci deed en CMO Alexis Nasard dat binnen de wereldwijde Heineken cultuur probeert te ontwikkelen.

Een dergelijke persoon moet dan vervolgens ook goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op het vlak van neuro ondezoek. Hoe, zoals Martin de Munnik van Neurensics dat stelt, ‘de koopknop’ werkt. Sterke merken vertegenwoordigen ‘goed voelende meerwaarde’: ze weten in ons brein vooral positieve emoties te activeren.

Het waarom der dingen

Of zoals in de best seller ‘Start with why’ van Simon Simek valt te lezen: sterke merken maken mensen vooral ook duidelijk ‘waarom’ ze bestaan, in plaats van alleen maar ‘wat’ ze te bieden hebben. 

In feite blijven we als volwassenen net als kinderen ons hele leven gedreven door het ‘waarom der dingen’. En hoe betekenisvoller dit is, hoe beter. Prachtige internationale Nederlandse merken die zich de laatste tijd voorspoedig ontwikkelen zijn bijvoorbeeld G-STAR, dat Roland van Kralingen als totaal een grote innovatie noemt en meer specifiek met hun ‘RAW for the oceans’ project, Rituals dat de overtuiging heeft dat ‘dagelijkse routines weer rituelen moeten worden’, La Place dat het dagelijks mogelijk maakt om op een 100% verse en natuurlijke manier ‘te houden van wat goed voor je is’ en inmiddels in New York en Bali vestigingen heeft, of CitizenM dat onder de bezielende leiding van oud Mexx oprichter Rattan Chadha de Swatch onder de hotels wil worden in de wereld en tenslotte Fatboy waar de oprichters de het merk recent terugkochten van een investeringsmaatschappij om daarmee weer hun vertrouwde (innovatieve) koers te gaan varen vanuit hun missie: ‘Deleting dull’

Zo spreken we tegenwoordig ook wel over ‘purposeful positioning’. Unilever’s missie ‘to add vitality to life’ is hiervan een goed voorbeeld. Maar ook het hippe en snel groeiende merk Method dat op het vlak van schone duurzame schoonmaakmiddelen zich positioneert als een beweging: ‘the people against dirty’. Kees Klomp geeft aan dat er een verschuiving is waar te nemen van ‘marketing’ via ‘merketing’ naar ‘mattering’.

De betekeniseconomie

De betekeniseconomie dient zich aan. Je kan er maar beter als merk toe doen want alles hangt samen en alles komt uit. Als zelfs de controleurs van KPMG gecontroleerd moeten worden helpt de zakelijke burcht waarin het bedrijf is gevestigd niet langer. Het gebouw als status-teken van de oude wereld, vertegenwoordigt een tegenovergestelde betekenis in de nieuwe.

‘Branding in the New Normal’ draait om betekenis, beweeglijkheid, transparantie en dialoog. Natuurlijk wordt dit ook in de hand gewerkt door alle ontwikkelingen in de digitale wereld. En meer specifiek de wereld van de social media. Maar ook daar dienen merken niet alleen aanwezig te zijn, ze moeten bovenal als zichzelf aanwezig zijn. Interactie vraagt juist ook om identiteit: vanuit wie en waarom vindt de interactie plaats?

Ook content management, storytelling, moet vanit deze visie plaatsvinden. Ook hier gaat het om conceptuele consistentie: the medium (het merk) is the message!

Het concept dat het merk belichaamt vormt de context voor de content die wordt gecommuniceerd. In dit licht is ook een supermerk als Google in toenemende mate geinteresseerd in branding. Het platform Think with Google verschaft hiervoor een interessant podium. Google wil op deze manier niet alleen zelf een sterk merk blijven, maar ook andere merken intensiever gaan helpen succesvol te blijven. Van ‘search engine’ naar ‘branding engine’ dus.

Voor meer informatie over dit alles verwijs ik graag naar het boek BrandingNL en de AOG-leergang Merkmanagement die in november alweer voor de 35e keer van start gaat.

– See more at: http://www.adformatie.nl/blog/what%E2%80%99s-trending-branding#sthash.XutIca4s.dpuf

Advertisements

Hoe Listerine een ziekte verzon om mondwater te verkopen – NRC Q

Check het originele artikel met filmpjes hier: Hoe Listerine een ziekte verzon om mondwater te verkopen – NRC Q.

Marketing

Hoe Listerine een ziekte verzon om mondwater te verkopen

Zonder twee geniale marketeers hadden we het misschien wel nooit gedaan: onze mond spoelen met een middel dat ooit een ontsmettingsmiddel voor chirurgen was. Listerine, een goedje dat vroeger in gedestilleerde vorm werd verkocht als vloerreiniger en als medicijn tegen gonorroe, zoals Stephen Levitt en Stephen Dubner schrijven in hun bestseller Freakonomics.

Listerine is de onbetwiste marktleider van de mondwaters. Vandaag presenteert het moederbedrijf Johnson & Johnson zijn halfjaarcijfers.

Frisse fans

J&J gaf in 2012 56 miljoen dollar uit om het mondwater Listerine te promoten. Het bedrijf heeft maar voor drie andere merken (Neutrogena, Aveeno en Zyrtec) een groter marketingbudget.

De laatste marketingactie van Listerine: een serie tweets rondom het WK voetbal in Brazilië. Bij elke wedstrijd speelde het bedrijf in op het belang van een frisse mondreuk met de hashtag #PowerToYourMouth.

Hoe Listerine mensen massaal aan de mondspoeling kreeg

Farmaceut Gerard Lambert had in 1920 een probleem. Het ontsmettingsmiddel Listerine dat hij produceerde, was buiten de medische wereld maar moeilijk aan de man te brengen.

Dat we massaal gorgelen hebben we te danken aan marketinggenieën Milton Feasley en Gordon Seagrove. Jonah Sachs schrijft in zijn boek Winning the Story Wars over een brainstormsessie van Lambert met die twee om waarin ze bedachten waarvoor het middel nog meer kon werken.

“Bad breath was suggested, and when a chemist confirmed that Listerine would in fact work on “halitosis” they were intrigued”. None of them had heard the word before but it sounded scary in a good, medical kind of way.”

Nooit een bruid

Een gelikte campagne volgde. Zo werd slechte adem, in werkelijkheid het gevolg van bijvoorbeeld tandplak of een groot gat in het gebit, een op zichzelf staande ziekte.

In talloze advertenties werden knappe, goedgeklede mensen getoond. De tragische helden en heldinnen van de campagnes hadden telkens bijna alles wat ze wilden. Het enige wat hun succes nog in de weg kon staan, moest wel een slechte adem zijn, of ‘halitosis’, zoals de marketingmannen het noemden, naar het oude Grieks-Latijnse woord. Iedereen kon uit zijn mond stinken. En geen vriend of vriendin die je zou durven waarschuwen als je aan zoiets gênants leed.

De campagne ‘Often a bridesmaid but never a bride’ laat een ongelukkige jonge vrouw zien, dertig maar nog ongetrouwd. Hun verhaal ging ongeveer zo:

“Edna’s case was really a pathetic one. Like every woman, her primary ambition was to marry. Most of the girls of her set were married – or about to be. (…) She was often a bridesmaid but never a bride”

Megalomane marketing

De bedragen die Lambert aan marketing uitgaf voor Listerine waren ongekend voor die tijd. In 1922 was dat nog 100.000 dollar, zes jaar later was het marketingbudget gestegen tot 5 miljoen dollar. In ongeveer dezelfde periode steeg de omzet naar 8 miljoen dollar. De marketingcampagne werd door AdAge op nummer 48 gezet in de lijst van succesvolste advertenties ooit.

Eén op de drie Amerikaanse studenten spoelt zijn mond inmiddels dagelijks met mondwater. In Nederland is het goedje nooit zo goed aangeslagen als in de Verenigde Staten. Slechts de helft van de ondervraagde Nederlanders zei -in een door de industrie gesponsord onderzoek- ooit een mondspoeling te hebben gebruikt.

Communicatie: analyse #02

Link naar originele artikel.

Waar is het paardenvlees gebleven?

In één keer riep de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) 50.000 ton rundvlees terug. De reden: er kon paardenvlees in zitten. Ook kon de voedselveiligheid vooralsnog niet worden gegarandeerd. De NVWA wist precies welke 130 Nederlandse bedrijven dit vlees hadden gekocht en verwerkt in hun producten. Ook de 370 Europese afnemers werden gealarmeerd via de NVWA.

Het nieuwste schandaal in Dodewaard laat dezelfde gang van zaken zien: 690 ton vlees is geblokkeerd door de NVWA. Maar de veiligheid van het vlees dat al door het bedrijf is verkocht, kan niet worden gegarandeerd. Uit voorzorg wordt al het vlees dat tussen januari 2012 en vorige week is verwerkt teruggeroepen.

Maar jij weet nog steeds van niets. Alleen de NVWA-inspecteurs kunnen thuis beslissen welke merken en producten ze niet willen eten. De consument wordt in het ongewisse gehouden.

foodwatch vindt dit een schandaal bovenop het paardenvleesschandaal. De NVWA bestaat om de volksgezondheid te beschermen. Maar wie beschermt ze nu eigenlijk? foodwatch wil dat de overheid, producenten en winkeliers onmiddellijk bekendmaken wat ze weten: waar zit het verdachte ‘rundvlees’ in?

Vind jij ook dat je als consument het recht hebt om te weten wat je eet? Stuur dan samen met foodwatch een e-mail naar de NVWA en de verantwoordelijke ministeries.

—-
Op de site kan je dan een emailformulier invullen:
De velden met een * moeten worden ingevuld.
Voornaam*, Achternaam*, E-mailadres*, Straat, Huisnummer, Postcode, Woonplaats, Telefoon
Voeg eventueel een eigen boodschap toe aan de onderstaande e-mail. Deze wordt samen met uw gegevens naar minister Schippers, staatssecretaris Dijksma en de NVWA gestuurd.

Deze e-mail, inclusief uw naam en e-mailadres, is naar minister Schippers, staatssecretaris Dijksma en de NVWA en tevens als kopie naar foodwatch gestuurd. Daarmee bestaat de mogelijkheid dat u door de betreffende ministeries wordt benaderd. Laat het ons alstublieft weten als u vermoedt dat uw privégegevens onjuist worden gebruikt. Met deze actie ondersteunt u foodwatch en wordt u relatie van foodwatch. foodwatch zal de resultaten van de (online) acties met u delen en kan u via email of telefoon vragen (opnieuw) mee te doen met een actie of (opnieuw) te doneren. U kunt per email of telefoon door foodwatch worden benaderd, ook indien uw telefoonnummer is geregistreerd in het bel-me-niet register. U kunt de gegevens die foodwatch van u heeft altijd opvragen, corrigeren of laten wissen (foodwatch privacybeleid).

—-

E-mail aan: minister Schippers, staatssecretaris Dijksma en de NVWA,

Ontvanger: Aan minister Schippers, staatssecretaris Dijksma en de NVWA,

U beschikt over de namen van partijen die betrokken zijn bij de meest recente gevallen van paardenvleesfraude. Als consument heb ik recht op die informatie. Welke bedrijven zijn door de NVWA opgeroepen de verdachte 50.000 ton rundvlees te traceren en terug te halen? En in welke producten werd het vlees van Van Hattem BV verwerkt? Ik vraag u dringend deze namenlijst onmiddellijk openbaar te maken.

Communicatie: analyse

Kijken: wat er gebeurt als je twintig ‘vreemden’ vraagt met elkaar te zoenen

“Zullen we eerst even naar elkaar kijken?” Deze vrouw kent de vrouw tegenover haar niet, maar gaat zo wel met haar zoenen en daar moet natuurlijk wel een beetje gevoel bij zitten. Tatia Pilieva besloot als project twintig wildvreemden met elkaar te laten kussen. Het levert een aandoenlijk filmpje op.

First Kiss, heet het. Nog geen dag online, maar op YouTube al ruim een miljoen keer bekeken. ‘Viral’ noemen we dat. Weten we helemaal zeker dat deze mensen elkaar écht niet kennen? Nee, maar de meeste ontmoetingen beginnen in ieder geval met de juiste mix van ongemak en verlegenheid. “Kunnen we gewoon beginnen?”, vragen er een paar. “Draaien de camera’s al?” En dan een hoop nerveus gelach.

Lees de rest van het artikel hier: Kijken: wat er gebeurt als je twintig ‘vreemden’ vraagt met elkaar te zoenen – nrc.nl.

En lees ook het artikel op: www.demorgen.be/… Spontaan-kusfilmpje…