Tag Archives: Digital Art

Internetkunstduo JODI

Een middagje in de Bieschbosch met Joan Heemskerk en Dirk Paesmans, beter bekend als JODI.

Source: Een zeldzaam interview met het illustere internetkunstduo JODI | The Creators Project

Een zeldzaam interview met het illustere internetkunstduo JODI

Emmie Giesbergen — mrt. 18 2016

The Creators Project staat deze hele week in het teken van digitale kunst. Samen met vooraanstaande kunstenaars, curatoren, galeriehouders en verzamelaars verkennen we de kunstwereld van morgen.

Joan Heemskerk en Dirkpaeasmans, ofwel JODI

Joan Heemskerk en Dirk Paesmans zijn namen die je misschien niet zoveel zeggen. Als koppel zijn ze beter bekend als JODI, een illuster kunstenaarsduo dat eigenlijk liever geen interviews geeft. In de jaren negentig zetten ze de kunstwereld op z’n kop door kunst op het internet te maken, iets dat een aantal jaar daarvoor niet alleen ondenkbaar was, maar ook onmogelijk: het web zoals we dat nu kennen bestond toen nog helemaal niet. Sindsdien heeft JODI het mondiale digitale kunstlandschap zodanig weten te domineren dat zelfs het MoMA in New York niet meer onder de twee uit kon: vorig jaar kocht het belangrijkste museum voor moderne kunst hun werk My%Desktop (2002).

De afgelopen twee decennia is JODI verantwoordelijk geweest voor een paar van de meest bepalende en uitgesproken werken binnen het genre. Hoe uiteenlopend die kunstwerken ook mogen zijn, ze spelen altijd in op het spanningsveld tussen het internet en haar gebruikers, om zo duidelijk te maken hoe groot en bepalend het net is voor ons dagelijks leven. In 1995 kreeg dat idee vorm in een van hun eerste werken, wwwwwwwww.jodi.org, waarin ze de achterkant van het internet blootleggen: met iedere klik verdwaalt de toeschouwer dieper in het wondere woud van het web. In Geo Goo (2008) spelen ze een visueel, artistiek spel met de beeldtaal van Google Maps. En in 2012 maakten ze een app genaamd ZYX, waarbij de gebruiker een aantal instructies krijgt die uitmonden in een ware fysieke performance.

Een screenshot van Geo Goo

Zoals het twee echte internetkunstenaars betaamt, voeren ze deze ideologische gedrevenheid door in al hun elektronische communicatie, zoals ik al snel merkte toen ik ze probeerde te mailen. Mijn mails werden zonder uitzondering beantwoord met berichten vol onleesbare code, vage afbeeldingen en onsamenhangende woordflarden, waardoor ik me regelmatig afvroeg of het niet gewoon makkelijker zou zijn om mijn laptop doormidden te breken en een postduif op ze af te sturen.

Uiteindelijk lukte het toch om een afspraak te maken. Op een zonnige maandagmiddag begaf ik me richting Dordrecht. Eenmaal aangekomen bij de woning van Paesmans en van Heemskerk stelden ze na een kop thee voor om het interview lekker buiten te houden. Voor ik het wist zat ik achterin de auto bij JODI, op weg naar de Biesbosch. Omringd door beverdammen spraken we over de roerige jaren negentig, de beruchte reputatie van hun werken en de toekomst van netart.

Zo verliep de correspondentie ongeveer

The Creators Project: Hoe staat het er momenteel voor met jullie kunstpraktijk, waar werken jullie aan?
Joan Heemskerk: We richten ons de laatste tijd vooral weer op websites. We maken domeinnamen en gebruiken daarin symbolen of tekens die niet te vinden zijn op een toetsenbord, bijvoorbeeld uit een Aboriginal- of Inuittaal. Het is een serie van ongeveer vijftig werken.
Dirk Paesmans: We letten er bij deze serie op dat het heel minimaal is afgewerkt, wat dat betreft lijken deze werken wel op de werken waar we mee zijn begonnen. We zijn nog steeds bezig om fouten in codes bloot te leggen zodat je daadwerkelijk kan zien dat er iets fout gaat. Nu noemen ze dat een ‘glitch’, maar vroeger hadden we daar geen woord voor. We hanteren nog steeds een minimale stijl, op het irritante af; videogames die uit niets anders bestaan dan geluid, witte schermen met minimale visuele content, noem maar op.

Een screenshot van het nieuwe werk van JODI, Apache is functioning normally

Even terug naar de jaren negentig, hoe kijken jullie terug op deze periode? Is er een werk uit jullie oeuvre waar jullie het meest trots op zijn?
Joan: Het werk dat mensen wat mij betreft zouden moeten kennen is OSS, maar dat werkt deels niet meer omdat het in OS-9 is gemaakt. Als mensen die cd in hun computer staken stond het hele bureaublad opeens vol met icoontjes en ging de computer een eigen leven leiden. Je scherm begon dan te flikkeren en iedere keer als je dacht er uit te kunnen komen bracht iedere toets of muisklik je verder in de problemen. Er ontstaan effecten in effecten en programma’s werden automatisch gedownload. Uiteindelijk liep dan het hele systeem vast en ging het echt goed fout.

Dirk: Wat dat betreft is ‘goed fout’ wel een slogan die past bij ons werk.

Wat willen jullie precies zeggen met dat werk?
Dirk: We willen laten zien dat je browser en je desktop helemaal niet alleen van jou zijn. We willen de boel in de war sturen, en duidelijk maken dat je computerscherm in werkelijkheid maar een heel dun laagje vormt tussen de publieke zone en je privézone. Mensen denken vaak: o, die browser, daar kan iedereen gekke dingen in doen. Maar als je opeens ziet dat je eigen bestanden op internet verschijnen of aangetast worden dan schrikken ze pas echt. We willen eigenlijk de emotie van de gebruiker gebruiken en er een beetje drama aan toevoegen.
Joan: Het is niet zo dat er echt iets met iemands computer gebeurde. Je kon er wel uitkomen, maar dat lukt vaak niet meteen omdat ik een vertraging had ingebouwd. Mensen bleven dan vaak op hun keyboard rammen terwijl er niets gebeurde.

Is dat ook de jullie visie, om de relatie tussen mens, computer en internet te verstoren?
Joan: Nee. Dat is wat het werk uiteindelijk doet, maar dat is niet de achterliggende gedachte. Dat is om mensen zelf bewust te maken van hoe ze reageren op computers. Mensen raken dan in paniek, er ontstond dan een soort mimicry tussen gebruiker en computer die alle dagelijkse handelingen doorbrak.

Zo ziet het ‘gastenboek‘ van OSS eruit

Ik kan me zo voorstellen dat niet iedereen blij was met jullie kunst.
Dirk: Dat waren ze ook niet. We hebben over OSS bijvoorbeeld heel veel klachten gekregen. We kregen enorm veel mails, ook van providers die ons verzochten om de server te verlaten en de site op te heffen. Dat vonden we eigenlijk zo grappig dat we die mails een tijd lang op de site hebben laten staan, met de mogelijkheid voor mensen om te reageren. Het was eigenlijk een soort gastenboek waar complete ruzies en discussies losbraken tussen voor- en tegenstanders van ons werk.

Joan: Dit is eigenlijk wat we wilden; een soort schrikeffect bereiken, maar dan wel op een visueel en conceptueel interessante manier. Vergelijk het met een spannende film: de makers weten dat de toeschouwer op een gegeven moment gaat schrikken of op een bepaalde manier reageert. Wij betrekken dat op de persoonlijke relatie die mensen met hun computers hebben. Jij vindt het volgens mij niet leuk als ik je laptop in de zandbak gooi of als ik er een virus op loslaat. Dat is het boeiende aan netart: het is heel persoonlijk, ondanks dat het een kunstvorm is die zich op een medium baseert. Mensen zijn ontzettend emotioneel betrokken bij hun apparaten.

Zou je dan zeggen dat jullie werken niet in een museum passen?
Dirk: Het zal mensen ongetwijfeld niet zoveel uitmaken als een computertje in een museum het niet meer doet door toedoen van een van onze werken. Het raakt je natuurlijk veel meer als het betrekking heeft op je eigen apparaten. Als onze werken worden getoond in musea, verandert de functie. Een positief punt aan het exposeren van net art in musea is dan weer dat mensen de URL kunnen onthouden en het werk mee naar huis kunnen nemen.

Hoe gaan jullie om met het feit dat het internet ondertussen toegankelijk is geworden op telefoons?
Dirk: Dat is denk ik waar de uitdaging voor netart tegenwoordig ligt: het beeldscherm wordt steeds compacter. Wij spelen daar ook op in, onder andere met onze app uit 2012, ZYX.We werden eigenlijk geïnspireerd door de app waarmee je kon doen alsof je telefoon een biertje was, dat steeds leger werd naarmate je je telefoon schuiner hield. Dat bewijst dat er een soort waterpas in je telefoon zit die je bewegingen kan registreren. Je telefoon meet ook afstanden en snelheden. We willen de gebruiker van de app allerlei bewegingen uit laten voeren, een soort ‘bewegingsperformance’. Joan heeft zich daarop toegespitst en zich al de technieken om een app te kunnen bouwen aangeleerd.

Het internet is natuurlijk erg veranderd sinds jullie begonnen met het maken van internetkunst. Hoe heeft dat jullie werk veranderd?
Joan: Ja absoluut, na 2000 zijn we zelfs een tijd lang gestopt met het maken van online werken. We zijn toen alleen maar bezig geweest met gamemodificaties en installaties. Rond 2005 begonnen we wel weer met het maken van websites. Bijvoorbeeld Geogoo. Dat teert natuurlijk wel op Google en niet zozeer op iemands eigen desktop. Je zit dan als een parasiet op bestaande services.
Dirk: Nou ja, als een parasiet zou ik niet zozeer zeggen. Het is meer een interventie. Sommigen noemen het hacken. Je bent maar een zandkorreltje in de machine maar zelfs een klein korreltje kan genoeg zijn om de boel stil te zetten. Een deel van onze frustratie komt ook voort uit die ontwikkeling. Het internet verandert zo snel dat dingen het al gauw niet meer doen. De app, ZYX, zal na een aantal updates waarschijnlijk niet meer werken. Daar ligt wel een rol voor musea, het conserveren van dit soort werken, compleet met de oude hardware en software waar ze op draaien.

Heeft netart haar oorspronkelijke tegendraadsheid verloren?
Joan: Ja, ik denk het wel.
Dirk: Ja, maar dat hoeft niet alleen negatief te zijn. Er is nu veel aandacht voor, galeries verkopen het, musea kopen het aan en exposeren het, kunstbladen staan er vol mee. Mensen kijken tegenwoordig naar het grote plaatje: ze zoeken de relatie tussen oude en nieuwe netartwerken, er wordt gekeken naar netart in relatie tot videokunst en andere kunstvormen. Netart is plotseling een grote speler geworden waar rekening mee gehouden moet worden. Het medium kan nu echt zijn mannetje staan, dat was vroeger wel anders. Bovendien hoeft iets niet tegendraads te zijn om de interesse te wekken of om mooi te zijn.

Screenshot van Deli Near Info van Harm van den Dorpel

Waar ligt de toekomst van netart? Wie of wat moeten we in de gaten houden?
Dirk: Ik denk dat het kleiner worden van het scherm een van de belangrijkste ontwikkelingen is, of dat het zich in ieder geval rond het blikveld van de toeschouwer gaat vormen. Een andere belangrijke ontwikkeling is hoe groot sociale media zijn geworden. Harm van den Dorpel speelt hier geweldig op in met Deli Near Info; een alternatief sociaal medium. Het gaat, anders dan de meeste social media, niet uit van zakelijke interfaces of gladde datavisualisatie.

Wat is de grootste misvatting die mensen over internetkunst hebben?
Dirk
: Dat het alleen mannelijke ICT-nerds zijn die dit soort kunst maken.
Joan: Daarom heten we ook JODI (Dirk + Joan), een meisjesnaam. Maar eigenlijk betekent het ook ‘Fuck’ in het Spaans.

Emmie Giesbergen

Digitale Kunst Op De Nederlandse Kunstacademies

We maakten een rondje langs vijf kunstopleidingen om te horen hoe ze de volgende generatie digitale kunstenaars klaarstomen.

Source: The Creators Project

Hoe gaan Nederlandse kunstacademies om met digitale kunst?

The Creators Project staat deze hele week in het teken van digitale kunst. Samen met vooraanstaande kunstenaars, curatoren, galeriehouders en verzamelaars verkennen we de kunstwereld van morgen.

Foto met dank aan FROM FORM, via

De jeugd heeft de toekomst, en wij durven wel te voorspellen dat er in die toekomst een belangrijke rol is weggelegd voor digitale kunst. Maar hoe worden de kunstenaars van morgen daarop voorbereid? Hoe gaan opleidingen om met de snel veranderende digitale mogelijkheden, en welke opleiding moet je kiezen als jij de volgende grote internetkunstenaar wil worden? We maakten een rondje langs de grootste kunstacademies van Nederland om te vragen hoe het ervoor staat met de digitale kunsten in het onderwijs.

ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten,  Arnhem

 

Een korte compilatie van studentenwerk van ArtEZ

Bij de opleiding Interaction Design draait alles om individuele ontwikkeling, vertelt docent Richard Vijgen. “Wat het onderscheidt van andere hbo-opleidingen die zich bezighouden met mediadesign, is dat er hier om gaat dat de student zich ontwikkelt als auteur. Vanuit de opleiding leren studenten fundamentele basisvaardigheden als programmeertechnieken, ontwerpprincipes en mediatheorie, en vervolgens gaan ze zelf aan de slag, onder begeleiding van gespecialiseerde docenten.” De opleiding is er verder op ingesteld dat de studenten zelf veel kennis kunnen ophalen bij specifieke online community’s, verklaart Vijgen. “Je kunt niet alle kennis op de academie in huis hebben – daarvoor is er teveel. Maar dankzij het internet zijn alle technieken die ze kunnen gebruiken beter gedocumenteerd dan ooit, en kunnen ze zich zelfstandig specialiseren.” Voorbeelden van recente projecten: een wifi-afwerend isolatiemateriaal genaamd de WiFi Bunker, van Amy Whittle, en de Mirror Mask van Michelle van Ool, een interactieve lichtinstallatie die geproduceerd wordt vanuit een glazen masker.

Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam

Jennifer in Paradise, Constant Dullaart. Via

De Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam heeft een breed aanbod, variërend van mode tot edelsmeden. Van een zwaartepunt op digitale technieken kun je niet echt spreken, al worden deze wel hier en daar toegepast. Vooral bij de afdeling VAV, Voorheen Audio Visueel, waar Maarten Rots animatie doceert. “We bieden wel wat digitale technieken aan, maar dat zijn vooral de basics,” vertelt hij. “We faciliteren bijvoorbeeld wel hoe je met Arduino kunt werken (dat is een open source computerplatform dat via inputsignalen op zijn omgeving kan reageren), en in de vorm van workshops kunnen studenten leren hoe deze ze moeten programmeren – benaderbare programmeertaal, overigens. Maar over het algemeen geloven we vooral in een aanpak vanuit het concept, en zien we digitale middelen als extra medium om kunst mee te maken.” Dat de Rietveld Academie van huis uit geen opleidingen aanbiedt die echt nadrukkelijk gebruik maken van digitale technieken, wil niet zeggen dat er nauwelijks kunstenaars vandaan komen die zich juist vooral in dat veld begeven. Een bekende alumnus is bijvoorbeeld digitaal kunstenaar Constant Dullaart.

HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht)

Screenshot van Lumini, via

De HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) heeft acht verschillende zogeheten schools, en twee daarvan richten zich op een zeer specifiek kunstgebied: de een met betrekking op games (Games en Interactie), en de ander richt zich op muziek (Muziek en Technologie). En dat is niet het enige, want álle acht schools werken nauw samen met vier expertisecentra, waaronder het Expertisecentrum Creatieve Technologie – een plek waar ideeën worden ontwikkeld rondom de combinatie van kunst en technologie. Oftewel: de technologische kennis van deze broedplaats kun je terugvinden in iedere vestiging van de academie. “Digitaal en analoog trekken steeds meer naar elkaar toe,” zegt Marinka Copier, directeur van dit expertisecentrum. “Geen enkele kunstdiscipline onttrekt zich hieraan. We zien digitale technieken niet zozeer als iets aparts, maar meer als iets dat je bijna overal in kunt implementeren.” Wat voor resultaten dat zoal oplevert? Van sprookjesachtige game art en een virtuele flipperkast tot een niet-lineaire animatieserie over geheime signalen tijdens de Koude Oorlog.

Academie Beeldende Kunsten Maastricht

Venster, Tom Luyten

Op de Maastricht Academy of Media Design and Technology zijn studenten bezig met digitale applicaties, websites, maar ook met installaties en interactieve films. “Onze lijfspreuk is een beroemde uitspraak van de Britse muziekproducent Brian Eno,” zegt Rob Delsing, docent Multimedia Storytelling. “What is possible in art becomes thinkable in life. Kunst vormt de inspiratiebron voor veelal toegepaste, technologische innovaties.” De installatie Venster bijvoorbeeld, van Tom Luyten, is een soort digitaal raam waarin je verschillende ‘uitzichten’ kunt laten zien, bedoeld voor verzorgingstehuizen. “Maar er zijn ook projecten die wat minder direct toepasbaar zijn, en wat meer uitgaan van het esthetische,” voegt Delsing toe. “Nu is er bijvoorbeeld een student bezig om onderzoek te doen naar de kwaliteit van discussies op Twitter, en dat verwerkt ze in de vorm van tapijten.” Waar liggen de komende tijd vooral de speerpunten? “Ik heb het idee dat er steeds minder met het beeldscherm wordt gedaan, en juist meer met installaties, de publieke ruimte en virtual reality. In Sittard hebben we recent nog MediaValley opgezet, een platform waar wordt onderzocht hoe je technologieën als virtual reality en interactieve video kunt inzetten om nieuwe journalistieke vertelvormen mee te ontwikkelen.”

Willem de Kooning Academie, Rotterdam

Klok, Kevin Verbeek. Via

Op de Willem de Kooning Academie kunnen studenten de minor Digital Craft volgen, waarin ze leren hoe ze nieuwe technologieën kunnen inzetten voor hun werk. Iedere discipline zou je er in principe kunnen aantreffen: audiovisueel, animatie, maar ook grafisch ontwerp en zelfs mode – denk bijvoorbeeld aan wearables. “Studenten krijgen opdrachten die per jaar kunnen verschillen,” vertelt Jon Stam, mede-ontwikkelaar en docent van de minor. “Verder hebben ze zelf de vrijheid om te bepalen wat ze ermee doen.” Voor een van deze opdrachten werden studenten gevraagd om een computergeheugen te creëren. “Het had een miljard keer zo weinig capaciteit als een gemiddelde USB-stick, maar het ging er vooral om dat we konden laten zien hoe digitaal geheugen überhaupt werkt.” In een ander geval moesten studenten hun eigen tools ontwerpen – ze mochten zelf bepalen wat ze onder een tool verstaan, het kon een werkgereedschap zijn, maar ook een voorwerp dat aanzet tot nadenken. “Een audiovisueel-student maakte bijvoorbeeld een digitale klok die er vijftien minuten over doet om de volgende tijdsaanduiding te renderen,” vertelt Stam. “Dat kwam voort uit zijn eigen ervaringen als filmmaker, en de frustrerend lange tijd die hij kwijt is aan het renderen van zijn beelden.” Een andere student maakte een tool die alle tweets binnen een straal van vijfhonderd meter hardop uitsprak. “Toen hij het ging testen, hoorde hij dat veel mensen in de buurt over elkaar aan het twitteren waren. En dat een van zijn buurtbewoners nogal racistisch was.”

Internetkunst voor aan de muur: de wederopstanding van het digitale fotolijstje | The Creators Project

Hang het scherm van Electric Objects aan de muur en je kunt er meteen exclusieve digitale kunst op downloaden.

Source: The Creators Project

Internetkunst voor aan de muur: de wederopstanding van het digitale fotolijstje

The Creators Project staat deze hele week in het teken van digitale kunst. Samen met vooraanstaande kunstenaars, curatoren, galeriehouders en verzamelaars verkennen we de kunstwereld van morgen.

Lionsong door Björk, Inez & Vinoodh en Aaron Pronger. Alle afbeeldingen met dank aan Electric Objects.

Digitale kunst klinkt leuk, maar hoe hang je het in godsnaam aan de muur? Het is een vraag waar niet alleen musea maar vooral ook particuliere verzamelaars mee zitten. Musea hebben allicht de middelen om bijvoorbeeld tijdelijk een muur van tv-schermen neer te zetten, maar thuis is dat al een stuk moeilijker. Het Amerikaanse digitalekunstplatform Electric Objects heeft daar nu een oplossing voor gevonden in de vorm van de E01, een tweedimensionaal scherm waarop je, nadat je het aan de muur hebt gehangen, direct een digitaal kunstwerk kunt downloaden.

Sinds de introductie van de eerste versie van de digitale lijst heeft het platform al voor meer dan 50.000 dollar aan digitale kunst verkocht, van kunstenaars als Ai Weiwei, Björk, Sabrina Ratté, Ghostly International, YACHT en Nicolas Sassoon. Sinds afgelopen winter hangt er bovendien permanent een display in de showroom van het New Museum in New York.

Panda to Panda, door Ai Wei Wei en Jacob Appelbaum

Eén van de kunstwerken die uit de collectie springt is WarOrPeace.net van Zach Gage. Met dit werk levert de kunstenaar commentaar op de “sensatiegerichtheid van media op geweld en terreur” – in het scherm wisselen de woorden ‘war’ en ‘peace’ elkaar af, afhankelijk van naar welke term het meest wordt gezocht volgens de dagelijkse statistieken van Google Trends.

WarOrPeace.net door Zach Gage

Het werk van Björk bestaat uit hypnotiserende videoloops uit de clip van Lionsong. De Chinese kunstenaar Ai Wei Wei en de internetactivist Jacob Appelbaum maakten samen het project Panda to Panda – een kritiek op de NSA, die volgens Levin perfect illustreert naar welke soort kunstwerken Electric Object op zoek is: werken die niet gebonden zijn aan wat de intelligentsia van de kunstwereld dicteert.

“Dit zijn twee van onze favoriete kunstenaars,” zegt Lenin. “Ze passen niet in de traditionele categorieën, en voelen zich niet beperkt door wat dan ook. Wat ons ook aan hen aanspreekt – en dat geldt voor alle andere kunstenaars met wie we samenwerken – is de waarde die ze hechten aan het bereiken van normale mensen, die ook in hun eigen woonkamer van nieuwe vormen van kunst willen kunnen genieten. Op die manier kan je boodschap een groot aantal mensen bereiken.”

Klik hier voor meer informatie over de collectie van Electric Objects.

Digital Art, Who Cares? De uitdaging van digitale kunstconservatie | The Creators Project

De nieuwe docu van ARTtube richt zich op de vraag hoe je digitale kunst moet bewaren, en wiens taak dat eigenlijk is.

Source: The Creators Project

Digital Art, Who Cares? De uitdaging van digitale kunstconservatie

Leander Roet — mrt. 18 2016

The Creators Project staat deze hele week in het teken van digitale kunst. Samen met vooraanstaande kunstenaars, curatoren, galeriehouders en verzamelaars verkennen we de kunstwereld van morgen.

Halverwege de jaren zeventig maakte Peter Struycken als een van de eerste kunstenaars ter wereld kunst op een computer. De computer was een groot, log apparaat ter grootte van een boekenkast, en stond op de Technische Universiteit in Delft. De kunst bestond uit speciale software die hij schreef om de computer kleuren te laten genereren, die hij met behulp van een tv-monitor visualiseerde. Het was destijds een primeur. Vandaag is er van dit digitale oerkunstwerk alleen nog een videoregistratie over: de broncode van de software is verloren gegaan.

Het voorbeeld illustreert de noodzaak tot conservatie van digitale kunst, en roept ook de vraag op wiens verantwoordelijkheid het eigenlijk is om een digitaal werk voor altijd beschikbaar te houden: moet de maker daarvoor zorgen, of is het de taak van het museum? De nieuwe documentaire Digital Art, Who Cares? van ARTtube, LIMA en SBMK, die hier op The Creators Project in premiere gaat, richt zich op die vraag. Aan de hand van de werken van Peter Struyken traceren filmmaker Maarten Tromp en onderzoekers Sandra Fauconnier en Nina van Doren de jonge geschiedenis van digitale kunst en kijken ze vooruit naar de uitdagingen van morgen.

Digital Art, Who Cares? laat zien hoe de modernste kunstvorm de we hebben ironisch genoeg ook de minst toekomstbestendige is. In een digitale wereld die voortdurend in beweging is, zijn de technologische snufjes van vandaag binnen de kortste keren de verouderde en achterhaalde besturingssystemen van gisteren, die in het slechtste geval niet eens meer werken. Zoals de voice-over in de video stelt: “Digitale kunstwerken zijn afhankelijk van een technologische omgeving die constant verandert. Apparatuur veroudert, en software ontwikkelt door. De kunstwerken veranderen, of gaan verloren.”

Ga naar de website van ARTtube voor meer informatie.