Category Archives: Mediawijsheid

Desinformatie klimaatsceptici: ‘Het klimaat verandert altijd!’

Bron: groene.nl

De cultuuroorlog heeft het klimaatdebat bereikt

Drie procent nep-Galileo’s

Nu de verduurzaming van Nederland vorm moet krijgen, proberen pseudosceptici het klimaatdebat te verstoren met een desinformatiecampagne. Hun tactieken zijn bekend, maar daarom niet minder hinderlijk.

Jaap Tielbeke, beeld Joep Bertrams – 9 januari 2019

En Galileo Galilei dan? Ging hij niet ook dwars tegen de vermeende consensus in, gedreven door een onstilbare honger naar de waarheid, onbevreesd voor intimidatie en wars van dogma’s? Is zijn verhaal niet het ultieme bewijs dat de meerderheid niet altijd het gelijk aan haar zijde heeft? Nee, geharnaste klimaatontkenners laten zich niet zomaar overtuigen door de tegenwerping dat minstens 97 procent van de klimaatwetenschappers het erover eens is dat de mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Zoals Galileo de leerstellingen van de katholieke kerk trotseerde, zo weigeren zij zich te conformeren aan de ‘klimaatreligie’. Hoe groter de overeenstemming, hoe verdachter de bevindingen, lijkt hun credo.

Het is een beproefd recept: schilder je tegenstanders af als een dominante kliek die geen tegenspraak duldt en je meet jezelf automatisch de heroïsche rol van verzetsstrijder aan. Jij zegt wat ‘niet gezegd mag worden’ en trekt je niets aan van de verstikkende ‘politieke correctheid’. Of het nu gaat over migratie of over duurzaamheid, je vijand is dezelfde: de ‘deugende’ elite die het land naar de knoppen helpt. Eerst door de grenzen wagenwijd open te zetten, nu door burgers peperdure warmtepompen door de strot te duwen. Maar jij laat je niet misleiden door de alarmistische verhalen van de zogenaamde ‘klimaatwetenschappers’, jij weet dat het allemaal indoctrinatie is. Alleen hoor je dat natuurlijk niet in de mainstream media.

Dat er mensen bestaan die weigeren te geloven dat de mens de temperatuur doet stijgen, is geen nieuws. Maar sinds de presentatie van het voorlopige klimaatakkoord is het duurzaamheidsdebat een frontlinie geworden van de voortwoekerende cultuuroorlog. Na het Marrakesh-pact hebben de usual suspects in rechtse Twitter-kringen een nieuw doelwit gevonden. Als op commando richten ze hun pijlen op de woordvoerders van het ‘groene evangelie’: onder ieder bericht van weerman Gerrit Hiemstra duikt een schuimbekkend trollenleger op en ook ‘klimaatpaus’ Ed Nijpels, de vvd-coryfee die het polderoverleg coördineert, moet het ontgelden. De ‘nijpelitaanse maffia’ is hun scheldnaam voor de mensen aan de klimaattafels.

Naar goed gebruik gaat zo’n cultuuroorlog gepaard met een desinformatiecampagne, compleet met verdraaide feiten, misleidende data en klinkklare onzin. En wie hoopte dat dit offensief beperkt zou blijven tot sociale media of obscure websites komt bedrogen uit. Vlak voor de jaarwisseling pakte De Telegraaf groot uit met nieuws over een ‘manifest’ dat was ondertekend door ‘24 professoren, ingenieurs en andere experts’. Daarin waarschuwen ze voor ‘rampzalige’ gevolgen van de klimaatwet. ‘Handhaving ervan veroorzaakt een catastrofe van armoede, kou en honger. Economisch maakt het Nederland tot een derdewereldland.’

Wetenschappelijke onderbouwing voor die tamelijk alarmistische stelling ontbreekt, maar dat mag eigenlijk geen verrassing wekken als je het lijstje ‘deskundigen’ onder de loep neemt. Bijna een derde van de ondertekenaars werkte vroeger bij Shell en minder dan de helft komt uit de wetenschap, ontdekte weblog Sargasso. Alle academici zijn bovendien al lang en breed met emeritaat en geen enkele heeft een achtergrond in klimaatwetenschap. Dat verklaart waarschijnlijk waarom er in het Telegraaf-artikel gretig wordt geput uit het standaardrepertoire van klimaatontkenners (laten we wel wezen: met ‘scepsis’ heeft dit niets te maken).

Nu de simplistische argumenten (‘Het is de zon!’ of ‘Het klimaat verandert altijd!’) aan kracht hebben ingeboet, zijn de meeste ‘twijfelaars’ overgestapt op vernuftigere drogredeneringen. Stellingen die op zichzelf niet zozeer onwaar als wel bedrieglijk zijn. ‘Hoe meer CO2, hoe groener de aarde’, stelde een ingenieur in De Telegraaf. Inderdaad is koolstofdioxide bevorderlijk voor plantengroei, alleen is dat een nogal schrale troost voor de ellende die ons te wachten staat als we op dit tempo doorgaan met het uitstoten van het broeikasgas. Of wat te denken van de bewering dat het klimaat een ‘supertechnisch en superfysisch onderwerp is’? Het zal best, maar gelukkig zijn er superslimme wetenschappers die snappen dat het in de kern niet zo bijster ingewikkeld is: hoe meer fossiele brandstoffen we verbranden, hoe sneller de aarde opwarmt.

Populair is de laatste tijd vooral het argument dat iedere inspanning vergeefs is, omdat onze nationale bijdrage verwaarloosbaar is. Alsof er ook maar iemand is die zal beweren dat Nederland in z’n eentje het hoofd kan bieden aan zo’n overweldigend mondiaal probleem. Daarom zijn er internationale afspraken gemaakt. En anders dan sommige pseudosceptici het nu doen voorkomen is ons land allerminst het braafste jongetje van de klas. Op Europese lijstjes voor duurzame energie bungelen we steevast onderaan. Ook het terugdringen van de CO2-uitstoot gaat nog lang niet hard genoeg, oordeelde de rechtbank afgelopen oktober in de Urgenda-zaak.

Het probleem is niet, zoals het wel eens klinkt, dat het klimaatdebat op deze manier gepolitiseerd raakt. De klimaatcrisis ís in de kern namelijk een politiek vraagstuk. Hoe we de verduurzaming van Nederland vormgeven en hoe we de bijbehorende lusten en lasten verdelen, zijn vragen die raken aan opvattingen over solidariteit en rechtvaardigheid. Daar zal de vvd ongetwijfeld een andere invulling aan geven dan de SP. Dat er verontwaardiging ontstond na de presentatie van het klimaatakkoord is dan ook niet zo verwonderlijk. Want terwijl burgers te horen krijgen dat de elektriciteitsrekening omhoog gaat, wordt de vervuilende industrie uit de wind gehouden. Sybrand Buma voelde de gele hesjes al aankomen. Maar wat de cda-leider maar niet lijkt te begrijpen is dat je de zorgen van de minderbedeelde bevolkingsgroepen prima serieus kunt nemen zonder het klimaatprobleem te bagatelliseren. Door de grote vervuilers te laten betalen, bijvoorbeeld.

‘Handhaving van de klimaatwet veroorzaakt een catastrofe van armoede, kou en honger’

Eigenlijk zou het heerlijk zijn als de klimaatontkenners gelijk hebben. Het leven zou een stuk eenvoudiger zijn als onze economie niet op de schop hoeft om de planeet leefbaar te houden. We zouden met een gerust geweten op vliegvakantie kunnen, de thermostaat van ons slecht geïsoleerde huis ongegeneerd een graadje hoger zetten en lucratieve aandelen Shell kopen. Waarom zouden wetenschappers dat feestje willen verstoren? Waarom zouden ze ons massaal voor de gek houden of onnodig angst aanpraten?

Sommige libertariërs zien de ‘klimaathype’ als een complot van ‘linkse’ politici die erop uit zijn om vrijheden te vernietigen. Een andere, veel gehoorde verklaring is een stuk banaler: ‘groen’ zou big business zijn. Het zou pleitbezorgers van duurzaamheid niet te doen zijn om een betere wereld, maar om hun eigen portemonnee. ‘Het geld gaat ongetwijfeld naar de clubs en aanhangers van klimaatpaus Nijpels, die van Samsom en naar andere belangen in de klimaatindustrie’, suggereerde een van de ondertekenaars in De Telegraaf.

In het spiegeluniversum van klimaatontkenners is het de groene beweging die beleidsmakers in de houdgreep heeft, de hard werkende Nederlander op kosten jaagt en ondertussen haar eigen zakken vult. Het is een even brutale als bespottelijke omkering. In werkelijkheid is het natuurlijk de fossiele industrie die politieke invloed koopt, alles in het werk stelt om haar schadelijke winstmodel overeind te houden en de rekening doorschuift naar de belastingbetaler. Onderzoekers van Drexel University becijferden dat er in Amerika tussen 2000 en 2016 meer dan twee miljard dollar werd uitgegeven aan de lobby rondom klimaatbeleid. Slechts 145 miljoen daarvan kwam van milieuorganisaties of voorstanders van hernieuwbare energie. Een bedrag dat verbleekt bij de 1,1 miljard die de fossiele industrie, energiemaatschappijen en de transportindustrie gezamenlijk spendeerden.

Dat zijn alleen nog maar de bestedingen voor rechtstreekse beïnvloeding van wetgeving. De trukendoos van de fossiele industrie bevat veel meer geraffineerde instrumenten, zo beschrijven Naomi Oreskes en Erik M. Conway in het boek Merchants of Doubt. Net als de tabaksindustrie zijn oliemaatschappijen als Shell, ExxonMobil en BP meesters in het zaaien van twijfel. Ze veegden onwelgevallige informatie onder het tapijt, financierden pseudowetenschappelijke denktanks en huurden pr-bureaus in voor uitgekookte communicatiestrategieën. Kosten noch moeite werden gespaard om burgers en beleidsmakers zand in de ogen te strooien. ‘Communicatief gezien is de klimaatsceptische campagne een meesterstuk’, schreef duurzaamheidsadviseur Jan Paul van Soest in het boek De twijfelbrigade (2014).

Daarbij maakten ze handig gebruik van de angst bij veel media om beticht te worden van partijdigheid of activisme. Zeker in het begin, toen de journalistiek nog niet goed wist wat ze aan moest met dit complexe onderwerp, was de initiële reflex om tegenover iedere wetenschapper die waarschuwde voor de catastrofale opwarming van de aarde iemand te zetten die beweerde dat het allemaal wel mee zou vallen. Zo kreeg een marginale minderheid een onevenredig groot podium. In zijn satirische show toonde John Oliver hoe een ‘statistisch representatief’ debat over klimaatverandering eruitziet: drie ‘twijfelaars’ versus 97 klimaatwetenschappers. Dat zou gebalanceerde verslaggeving zijn.

Het is bewonderenswaardig om te zien hoe een groep klimaatwetenschappers onvermoeibaar onzin bestrijdt. Als Thierry Baudet strooit met grafiekjes die moeten aantonen dat het allemaal wel meevalt met de opwarming van de aarde schrijven zij een stevig onderbouwd artikel waarin ze uitleggen waarom selectief winkelen in wetenschappelijke publicaties misleidend is. Als journalist Marcel Crok in Elsevier betoogt dat klimaatbeleid onhaalbaar en onbetaalbaar is, ontleden zij de aaneenschakeling van drogredeneringen die tot zo’n vertekenende conclusie leiden.

Maar het is ook een ondankbare taak, want zulke fact checks zullen fanatieke twijfelzaaiers niet ontmoedigen. ‘De grootste prestatie van klimaatontkenners is dat ze de wetenschappelijke gemeenschap in de val lokken om tijd, energie en middelen te verspillen aan een marginaal groepje dat zich toch niet laat overtuigen’, twitterde de vooraanstaande klimaatwetenschapper Michael E. Mann onlangs. Een paar jaar geleden maakte hij samen met cartoonist Tom Toles het boek The Madhouse Effect waarin ze op een komische manier de absurditeit van klimaatontkenning blootleggen. Op een van de cartoons tuurt een bebaarde man in een wijd zwart gewaad door een telescoop. De lens staat verkeerd om gedraaid. ‘Mensen lachen niet omdat je Galileo bent’, zegt een mannetje op de achtergrond. ‘Ze lachen omdat je een mafketel bent die zich heeft verkleed en doet alsóf hij Galileo is.’

Frustrerend genoeg is niet iedereen in staat de wannabe-Galileo’s te zien voor wat ze zijn. Voor cda-europarlementariër Annie Schreijer-Pierik was het manifest in De Telegraaf reden om schriftelijke vragen te stellen aan de Europese Commissie. ‘Ik wil weten wat waar is en wat is niet waar (sic.)’, lichtte ze toe op Twitter. Daarmee trapt ze met open ogen in de val van de klimaatontkenners. Om hun doel te bereiken hoeven ze het publiek niet te overtuigen van hun gelijk, het verdacht maken van de wetenschappelijke consensus is al genoeg.

Terwijl: we weten al lang wat waar is en wat niet. Het valt allemaal te lezen in de ipcc-rapporten die met iedere update verontrustender klinken. Die rapporten zijn het resultaat van werkelijk sceptische wetenschapsbeoefening, het onophoudelijk toetsen van hypotheses en die waar nodig bijstellen en aanscherpen. Juist daarom is de consensus over klimaatverandering zo stevig: sinds de Britse fysicus John Tyndall in 1859 het broeikaseffect beschreef, zijn er talloze onderzoeken gedaan naar het effect van de menselijke activiteit en de uitstoot van CO2 op de temperatuur op aarde en hoewel de wetenschap nooit af is, staat één ding buiten kijf: als we de uitstoot van broeikasgassen niet rap terugdringen, zal het leven op aarde voor toekomstige generaties een stuk onaangenamer worden. Daar verandert een manifest van een stel verwarde kwakzalvers die zich moedige vrijdenkers wanen niets aan, net zo min als dat zwaartekracht zich laat afschaffen met een referendum. Om Galileo te parafraseren: eppur si scalda (en toch warmt het op).

Bron: groene.nl

Advertisements

Topman VodafoneZiggo: Scheur je los van je telefoon | TROUW

Het klinkt vreemd, de directeur van een telecombedrijf die waarschuwt voor de smartphone. Toch wil Jeroen Hoencamp van VodafoneZiggo graag het debat aanzwengelen over de digitale balans. ‘Ik vrees voor het verdwijnen van de menselijke connectie.’

Source: Topman VodafoneZiggo: Scheur je los van je telefoon | TROUW

Everything is a Remix: Fair Use

Source: everythingisaremix.info

How do you copy media legally for the purposes of criticism and commentary? Find out in the new Everything is a Remix! This video was co-written by Jack Lerner.

Got questions about fair use? Send them to me via Twitter or Facebook and we might answer them in a follow-up video.

Continue reading Everything is a Remix: Fair Use

Teamrollen van Belbin

Bron: wikipedia.nl/Meredith_Belbin

Meredith Belbin

Meredith Belbin (1926) is een Britse wetenschapper die bekend is geworden door zijn onderzoek naar de effectiviteit van managementteams en zijn negen teamrollen.

… Omdat hij belangstelling had voor zowel het functioneren van groepsgedrag als voor individueel gedrag, maar er niet al een bepaalde theorie op nahield, vroeg hij drie wetenschappers met volkomen verschillende invalshoeken om met hem samen te werken in een onderzoek naar effectiviteit van managementteams: Bill Hartston, wiskundige en internationaal schaakmeester, Jeanne Fisher, een antropoloog die Keniaanse stammen had bestudeerd, en Roger Mottram, een organisatiepsycholoog. Samen begonnen de vier een onderzoek dat zeven jaar zou duren, naar effectiviteit van managementteams. Het onderzoeksteam van Belbin organiseerde per jaar drie managementgames, waarbij telkens acht teams een rollenspel speelden, gebaseerd op een bepaalde bedrijfssituatie. Per spel werden alle deelnemers van tevoren gevraagd een aantal psychologische tests in te vullen, waaronder persoonlijkheidsvragenlijsten en intelligentietests. Tijdens het spel werden de teams vervolgens geobserveerd en werden alle gedragingen (bijdragen van de individuele teamleden) via gedragsobservatiemethoden gecategoriseerd. De resultaten van dit onderzoek stelden Belbin na verloop van tijd in staat om aan het begin van een managementgame voorspellingen te doen over welk team zou gaan winnen en hier bij de samenstelling van de teams invloed op uit te oefenen.
——-

Bron: wikipedia.nl/Teamrol

Teamrol

Een teamrol is de sociale rol die iemand aanneemt binnen het team. De rol die iemand aanneemt is afhankelijk van meerdere factoren:

Bijdragen

Veel onderzoek hiernaar is verricht door Meredith Belbin die met zijn onderzoekteam tot de conclusie kwam dat iedereen op minstens drie verschillende manieren bijdraagt tot een team:

  • vakinhoudelijke rol
  • organisatorische rol, ofwel de positie die zij bekleden en de taken en verantwoordelijkheden die zij daarmee hebben ten opzichte van anderen
  • op basis van hun persoonlijkheid of teamrol

Dit is het eerste uitgangspunt van wat Belbin teamrolmanagement noemt. Belbin definieerde een teamrol als de kenmerkende manier waarop iemand zich gedraagt, zijn bijdrage levert en met anderen omgaat.

Evenwicht

Belbin stelt vervolgens dat elk team behoefte heeft aan een optimaal evenwicht tussen de teamrollen. Een goede taakverdeling, waarbij de taken en verantwoordelijkheden van de teamleden zo veel mogelijk overeenstemmen met hun natuurlijke teamrollen is daarbij van het grootste belang. Bij het samenstellen van teams benadrukt Belbin het belang van ‘complementariteit’. Complementaire bijdragen leiden tot betere resultaten dan concurrerende bijdragen. Een van de belangrijkste conclusies was dat de sterke punten die elke teamrol heeft, altijd samengaan met wat Belbin ‘toelaatbare zwakheden’ noemde. Deze zwakheden doen geen afbreuk aan de effectiviteit van het team, omdat een goed inzicht daarin ertoe kan leiden dat ze worden opgevangen door de sterke punten van anderen.

Natuurlijke rol

Ieder persoon heeft volgens Belbin twee of drie teamrollen die van nature goed bij haar passen en waarin zij zich thuisvoelt. Volgens Belbin is het zaak dat mensen zich van hun natuurlijke rollen bewust worden, deze ontwikkelen en productief maken in de samenwerking met anderen. Elke teamrol staat voor een karakteristiek temperament, een manier van informatie verwerken en een strategie om problemen op te lossen. Een teamrol is opgebouwd uit persoonlijkheidskenmerken, mentale vaardigheden en persoonlijke overtuigingen en wordt in de loop der jaren mede gevormd door de sociale context en beïnvloed door levenservaringen en zelfinzicht.

Negen teamrollen

In 1981 stelde Belbin in zijn boek Management Teams acht teamrollen voor; de voorzitter, de vormer, de vernieuwer, de brononderzoeker, de bedrijfsman, de groepwerker, de zorgdrager en de monitor. In 1988 passte hij deze enigszins aan en kwam hij tot negen teamrollen; bedrijfsman werd uitvoerder, voorzitter werd coördinator en zorgdrager werd afronder. Als negende teamrol werd de specialist toegevoegd.

Uitvoerder
(sinds 1988) Nuchter, ordelijk en taakgericht. De harde werker, met een groot praktisch inzicht en organisatietalent. Betrouwbaar, consciëntieus en plichtsgetrouw, gaat op zeker.
Toelaatbare zwakheden: Soms weinig flexibel, voorspelbaar en behoudend. Staat niet open voor ideeën die hun praktische waarde nog niet hebben bewezen.
Brononderzoeker 
Extravert, enthousiast en avontuurlijk. De netwerker, die makkelijk contacten legt en onderhoudt en altijd op zoek is naar nieuwe kansen en mogelijkheden.
Toelaatbare zwakheden: Snel verveeld, verliest belangstelling als het eerste enthousiasme is weggeëbt, nonchalant met betrekking tot details.
Plant 
Solistisch, rijk aan verbeelding en fantasie. Een creatieve denker en vrije geest, die met originele invallen en oplossingen komt en buiten de gebaande paden treedt.
Toelaatbare zwakheden: Is sterk op innerlijke denkwereld gericht en kan daardoor verstrooid en afwezig lijken en het contact met de wereld verliezen. Trekt zich weinig aan van protocol en conventies.
Monitor 
Verstandig, bedachtzaam en kritisch. De analyticus, koel en objectief, die over veel kennis beschikt, alle voors en tegens in kaart wil brengen en beslissingen zorgvuldig wil afwegen.
Toelaatbare zwakheden: Soms te voorzichtig en afwachtend. Door zijn kritische zin en relativerend vermogen weinig inspirerend en weinig in staat anderen te motiveren.
Vormer 
Extravert en dynamisch, gepassioneerd en wilskrachtig. Sterke drang om te presteren, zoekt de uitdaging, gaat tot het uiterste en weet mensen in beweging te krijgen.
Toelaatbare zwakheden: is ongeduldig en kan driftig reageren als hij wordt tegengewerkt. Heeft de neiging anderen te provoceren en gevoelens te kwetsen.
Coördinator 
(sinds 1988) De natuurlijke coördinator, die de procedures aangeeft, bedoelingen verheldert en samenvat wat iedereen wil. Heeft een goede antenne voor de talenten van anderen.
Toelaatbare zwakheden: zet graag anderen aan het werk en kan goed werk delegeren, ook het eigen werk. Kan een beetje manipulatief zijn in de poging alle neuzen één kant op te krijgen.
Afronder 
Nauwgezet, zorgzaam en zorgvuldig. Voelt aan wat er mis kan gaan, bewaakt de kwaliteit en de veiligheid en kan goed dingen afmaken. De perfectionist en pietje precies.
Toelaatbare zwakheden: kan overbezorgd zijn en zich druk maken over de kleinste dingen, kan moeilijk iets uit handen geven.
Groepswerker 
Behulpzaam en attent, gericht op het scheppen van sfeer en het zoeken van de onderlinge verbinding. Bezit tact en diplomatie en kan met iedereen overweg.
Toelaatbare zwakheden: Kan te meegaand zijn, kan moeilijk uit de weg met conflicten en kan daardoor in kritieke momenten moeilijk een beslissing nemen.
Specialist 
(toegevoegd in 1988) De toegewijde vakman. Een stille eenling, die zich in een team niet zo thuis voelt en zijn bijdrage levert door veel te weten van een doorgaans beperkt vakgebied.
Toelaatbare zwakheden: Waagt zich niet gauw buiten het eigen vakgebied en is weinig geïnteresseerd in de complementaire bijdragen van anderen.

Waarom objectieve journalistiek een misleidende en gevaarlijke illusie is

Objectiviteit is het slechtst begrepen, hardnekkigste en meest misleidende ideaal in de moderne journalistiek. En, in tijden van evident liegende, autoritaire politici: een gevaar voor de democratie.

Source: decorrespondent.nl

Column: Waarom objectieve journalistiek een misleidende en gevaarlijke illusie is

RobWijnberg – Hoofdredacteur –

‘Je zit heel snel aan de kant dat je als redactie een standpunt lijkt in te nemen. En dat is wat ik juist nooit wil. Dat is wat wij niet willen. Wij willen geen standpunt over het nieuws innemen. Wij willen dat ons publiek een standpunt over het nieuws inneemt.’

Marcel Gelauff deed deze uitspraken in De Wereld Draait Door. Hier kun je het terugkijken. Aldus sprak Marcel Gelauff, de baas van het NOS Journaal.

Objectiviteit, want daar hebben we het over, is misschien wel de slechtst begrepen, hardnekkigste en gevaarlijkste illusie waar de journalistiek ooit in is gaan geloven. Slecht begrepen, omdat het altijd verward wordt met onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hardnekkig, omdat het lui maakt en goedkoop is. Gevaarlijk, omdat het de grootste leugen is die je je publiek kunt verkopen. En een illusie, ja, omdat het niet bestaat.

De oorsprong van het objectiviteitsideaal

Journalistieke objectiviteit begon ooit, zoals wel meer westerse geloofsartikelen, als een laat-negentiende-eeuws ideaal met hele andere bedoelingen dan ze nu heeft. In die tijd was journalistiek namelijk nog vaak niets meer dan een doorgeefluik van machthebbers: de koning dicteerde, de verslaggever schreef op, zogezegd. Kranten stonden vol met mededelingen van bovenaf: oorlogsverklaringen, veranderde vaarroutes, oproepen tot gebed – dat soort dingen.

Door de Verlichting en de opkomst van de moderne wetenschap ontstond het idee van journalistiek als kritische tegenmacht: ze moest geen boodschapper zijn, maar controleur. Ten grondslag daaraan lag een nieuw ideaal genaamd objectiviteit, in de zin van zelfstandigheid: wij, de pers, bepalen zelf wat we melden. En pas als we gecontroleerd hebben of het klopt.

Nu, ruim een eeuw later, een volledig geprofessionaliseerde pr- en voorlichtingsindustrie rijker, en alle moderne illusies over Waarheid met een hoofdletter W armer, is objectiviteit precies het omgekeerde gaan betekenen: niet de pers, maar ‘dat wat er gebeurt in de wereld’ bepaalt wat er gemeld wordt – de pers doet daar slechts ‘verslag van.’ Neemt daar, zoals Gelauff het formuleert, ‘geen standpunt’ over in.

Wij zoeken het uit werd: u zoekt het maar uit.

Nu weten mensen die bekend zijn met mijn nieuwsfilosofie al langer wat ik van objectiviteit vind (De Correspondent zweert het zelfs expliciet af Hier vind je ons manifest, waarin wij stellen ‘expliciet subjectief’ te zijn. in zijn manifest), maar in een tijd dat Facebook en Google Ik schreef eerder dit essay over het verdienmodel van nepnieuws: ‘Waar is wat klikt.’ een verdienmodel voor nepnieuws hebben uitgevonden, het Witte Huis bewoond wordt door een Lees in deze column wat ik bedoel met ‘bullshitter’ Donald Trump. pathologische bullshitter en in ons eigen land zijn evenknie bovenaan in de peilingen staat, is het niet onverstandig om nog eens te herhalen: journalistieke objectiviteit is een regelrechte bedreiging van onze democratie.

En wel hierom.

1. Objectiviteit bestaat niet

Marcel Gelauff zegt dat hij niet wil dat zijn redactie ‘een standpunt’ inneemt over het nieuws. Als eerste verzucht ik dan: dat kan helemaal niet. Het is letterlijk onmogelijk de wereld te beschrijven zonder een idee te hebben van goed en kwaad, van relevant en triviaal, van waar en onwaar.

Achter ieder nieuwsbericht, ieder verhaal, ieder journaalitem, gaat een wereldbeeld schuil, gebaseerd op ontologische (wat is werkelijk?), epistemologische (wat is waar?), methodologische (hoe komen we erachter?) en morele (waarom is het belangrijk?) aannames. Of, om het iets Gelauffser te formuleren: al het nieuws komt voort uit een standpunt.

Waarom zijn graancirkels gemaakt door ufo’s nooit opening van het Journaal? Omdat de redactie het standpunt koestert dat ufo’s niet bestaan.

Waarom is de vertraging van de trein tussen St. Petersburg en Novosibirsk nooit opening van het Journaal? Omdat de redactie het standpunt koestert dat een vertraagde Russische trein er niet toe doet.

Waarom is Eerder schreven correspondenten Maurits Martijn en Tomas Vanheste een verhaal over Vitol: ‘Over deze Nederlandse oliereus is nog nooit een Kamervraag gesteld.’ het grootste en machtigste Nederlandse bedrijf ter wereld – olie- en gastransporteur Vitol – nooit opening van het Journaal? Omdat de redactie het standpunt koestert dat het bedrijf niets verkeerd doet.

En dus geldt andersom ook: waarom is een tweet van Donald Trump, een bombardement in Syrië, een beleidsvoorstel van Mark Rutte of chaos op Utrecht Centraal dan wél opening van het journaal? Omdat de redactie het standpunt koestert dat uitspraken van een Amerikaanse president, oorlogen in het Midden-Oosten, plannen van onze premier en oponthoud voor Nederlandse reizigers ertoe doen.

En waarom noemt het Journaal bommen van IS altijd ‘terroristische aanslagen’ en bommen van een westerse overheid ‘bombardementen’? Omdat de redactie het standpunt koestert dat dat is wat ze zijn.

En waarom brengt het Journaal de groei van onze economie altijd positief in plaats van als een ramp voor het klimaat, het milieu of het koraal in de zee? Omdat de redactie het standpunt koestert dat economische groei goed is.

Zeggen dat je als redactie ‘geen standpunt inneemt over het nieuws’ is dus, in de eerste plaats, de meest fundamentele misleiding die je je publiek kunt voorspiegelen.

En, in de tweede plaats: Dommer nog dan je presentatoren laten staan, wat Marcel Gelauff ‘een belangrijk moment in de historie van het NOS Journaal’ noemde. de domste opdracht die je je redactie kunt meegeven.

2. Objectiviteit is een slecht streven

Zoals gezegd: objectiviteit bestaat niet. Maar, zeg ik er altijd achteraan: áls het zou bestaan, zouden journalisten er verre van moeten blijven.

Want zoals de term ‘objectiviteit’ meestal gebruikt wordt, gaat het meestal over de morele dimensie: je wordt als journalist geacht je ‘morele oordeel’ op te schorten. Je mag als journalist niet zeggen ‘wat je ervan vindt.’

Maar de journalistiek zélf is al geen amorele bezigheid. Integendeel: journalistiek is door en door moreel. Het gaat over wat we als samenleving belangrijk vinden – of zouden moeten vinden. Alle journalistiek begint en eindigt dus bij een opvatting over goed en kwaad. Dat de aarde warmer wordt, is geen nieuws omdat het een feit is. Nee, dat de aarde warmer wordt, is nieuws omdat het iets slechts is.

Journalistiek is door en door moreel. Alle journalistiek begint en eindigt bij een opvatting over goed en kwaad

Draag je een journalist op zijn morele oordeel thuis te laten, dan kunnen er twee dingen gebeuren: óf hij heeft geen flauwe notie van wat belangrijk is om te vertellen en gaat onverrichter zake naar huis, óf hij komt daar alsnog achter op de enige manier die hem nog rest: door het anderen te laten bepalen. Dat betekent in de praktijk: Ik sprak uitgebreider over objectiviteit en spreekbuis zijn van de gevestigde orde in dit interview met Esther van Fennema. je wordt een spreekbuis van de gevestigde orde. Want ‘de gevestigde orde’ is: zij die de macht hebben te bepalen wat belangrijk, triviaal, goed of slecht is. Of, om onze premier te parafraseren: Premier Rutte schreef een brief ‘aan alle Nederlanders’ waarin hij mensen oproept ‘normaal te doen’ wat ‘normaal’ en ‘niet normaal’ is.

Objectieve journalistiek, gedefinieerd als ‘geen standpunt innemen’ of ‘geen mening hebben,’ is dus precies het omgekeerde van wat de grondleggers ermee beoogden: het klakkeloos vertolken van wat machthebbers vinden. Door het standpunt ‘aan het publiek’ te laten, reduceer je journalistiek letterlijk tot persbericht van de gevestigde orde: een reproductie van de communis opinio onder elites.

Dan vervul je, kortom, het meest basale onderdeel van je werk niet.

Waarmee we bij het derde, en op dit moment meest prangende probleem van objectiviteit zijn aanbeland, namelijk:

3. Objectiviteit is een gevaar voor de democratie

Nieuws is een van de belangrijkste informatiebronnen in onze democratische samenleving. Het bepaalt voor een groter deel dan ooit wat we van de wereld weten, denken en vinden. Het beïnvloedt ons stemgedrag, ons beeld van andere mensen, andere culturen en andere landen. Het bepaalt, in grote mate, zelfs het beeld van onszelf.

Nu dat wereldbeeld meer en meer gevoed wordt door halve waarheden, hele fabels en regelrechte leugens, afkomstig uit de hoogste rangen van de wereldpolitiek, bekrachtigd door de hardste schreeuwers uit de nationale politiek, en in milliseconden verspreid over miljoenen telefoons, laptops en televisieschermen, is het meer dan ooit zaak dat journalistiek ergens voor staat. Zich committeert aan waarden waar een democratische gemeenschap niet zonder kan: de controle van macht, het achterhalen van waarheid, het bieden van context en perspectief.

Dus als de president van de Verenigde Staten het aantal toeschouwers bij zijn inauguratie bij elkaar fabuleert, en vervolgens uithaalt naar alle media die met harde bewijzen aantonen dat dat een leugen is, dan is het niet afdoende om te melden dat ‘Trump de media beschuldigt, ondanks de vele bewijzen van het tegendeel,’ zoals het NOS Journaal die avond deed. Dan behoor je te zeggen dat een van de machtigste politici ter wereld, wederom, The New York Times zocht het goed uit en schreef het goed op: wat Trump beweert, is onwaar. aantoonbare onwaarheden verkondigt. En dan behoor je uit te zoeken The Washington Post schreef bijvoorbeeld een uitstekende achtergrond over waarom Trump zijn perschef opdracht gaf de fabels de wereld in te helpen. waarom hij dat deed. Terwijl je ondertussen De prijswinnende site Politifact.com doet dat goed, met alle campagnebeloften van Trump op een rij. precies bijhoudt welke daden hij bij zijn woorden voegt. Want ‘geen standpunt innemen’ betekent anders niet alleen dat je een spreekbuis bent van de macht, maar ook een kruiwagen van de leugen.

De volksmenner mag aan politieke correctheid een broertje dood hebben, journalistieke correctheid is zijn grootste vriend. En daar is geen democratie tegen bestand.

It Zucks! – Facebook is a lie!

Source: De Groene Amsterdammer

Essay Facebook wil de wereld verbeteren?

It Zucks!

Twee miljard mensen schenken blind hun persoonlijke gegevens aan Facebook, dat met de doorverkoop aan adverteerders inmiddels tientallen miljarden heeft vergaard. Mark Zuckerberg gaat op Alexander de Grote lijken, wenend omdat er geen werelden meer zijn om te veroveren.

door John Lanchester, beeld Milo – 27 september 2017

Small groene facebook groot binnen

Eind juni maakte Mark Zuckerberg bekend dat Facebook een nieuwe mijlpaal had bereikt: het netwerk had twee miljard actieve gebruikers per maand. Dat aantal betekent dat een maand eerder twee miljard verschillende mensen op Facebook hadden gezeten. Daarbij moet worden bedacht dat thefacebook – de oorspronkelijke naam – in 2004 exclusief voor Harvard-studenten werd gelanceerd. Geen menselijke onderneming, geen nieuwe technologie of dienst, is ooit zo snel en zo breed omarmd. De snelheid van deze adoptie overtreft die van het internet zelf, en helemaal die van oude technologieën als de televisie, cinema of radio.

Continue reading It Zucks! – Facebook is a lie!

Everything is a Remix

Everything is a Remix is a series of videos by Kirby Ferguson about creativity and about how inventions are made (amongst other things).
The video’s are embedded in this post. You can also find them on this website: everythingisaremix.info

The video below is a compilation of the initial original 4 parts to the series:

Kirby Ferguson has made some extra video’s that are not a part of the series but are each just extras on single topics at a time:

The video underneath is a TED-Talk summarising the basics from the original 4-part series:

_ _ _ _ _ _ _ _ Voor de lessen van Edo