Internetkunstduo JODI

Een middagje in de Bieschbosch met Joan Heemskerk en Dirk Paesmans, beter bekend als JODI.

Source: Een zeldzaam interview met het illustere internetkunstduo JODI | The Creators Project

Een zeldzaam interview met het illustere internetkunstduo JODI

Emmie Giesbergen — mrt. 18 2016

The Creators Project staat deze hele week in het teken van digitale kunst. Samen met vooraanstaande kunstenaars, curatoren, galeriehouders en verzamelaars verkennen we de kunstwereld van morgen.

Joan Heemskerk en Dirkpaeasmans, ofwel JODI

Joan Heemskerk en Dirk Paesmans zijn namen die je misschien niet zoveel zeggen. Als koppel zijn ze beter bekend als JODI, een illuster kunstenaarsduo dat eigenlijk liever geen interviews geeft. In de jaren negentig zetten ze de kunstwereld op z’n kop door kunst op het internet te maken, iets dat een aantal jaar daarvoor niet alleen ondenkbaar was, maar ook onmogelijk: het web zoals we dat nu kennen bestond toen nog helemaal niet. Sindsdien heeft JODI het mondiale digitale kunstlandschap zodanig weten te domineren dat zelfs het MoMA in New York niet meer onder de twee uit kon: vorig jaar kocht het belangrijkste museum voor moderne kunst hun werk My%Desktop (2002).

De afgelopen twee decennia is JODI verantwoordelijk geweest voor een paar van de meest bepalende en uitgesproken werken binnen het genre. Hoe uiteenlopend die kunstwerken ook mogen zijn, ze spelen altijd in op het spanningsveld tussen het internet en haar gebruikers, om zo duidelijk te maken hoe groot en bepalend het net is voor ons dagelijks leven. In 1995 kreeg dat idee vorm in een van hun eerste werken, wwwwwwwww.jodi.org, waarin ze de achterkant van het internet blootleggen: met iedere klik verdwaalt de toeschouwer dieper in het wondere woud van het web. In Geo Goo (2008) spelen ze een visueel, artistiek spel met de beeldtaal van Google Maps. En in 2012 maakten ze een app genaamd ZYX, waarbij de gebruiker een aantal instructies krijgt die uitmonden in een ware fysieke performance.

Een screenshot van Geo Goo

Zoals het twee echte internetkunstenaars betaamt, voeren ze deze ideologische gedrevenheid door in al hun elektronische communicatie, zoals ik al snel merkte toen ik ze probeerde te mailen. Mijn mails werden zonder uitzondering beantwoord met berichten vol onleesbare code, vage afbeeldingen en onsamenhangende woordflarden, waardoor ik me regelmatig afvroeg of het niet gewoon makkelijker zou zijn om mijn laptop doormidden te breken en een postduif op ze af te sturen.

Uiteindelijk lukte het toch om een afspraak te maken. Op een zonnige maandagmiddag begaf ik me richting Dordrecht. Eenmaal aangekomen bij de woning van Paesmans en van Heemskerk stelden ze na een kop thee voor om het interview lekker buiten te houden. Voor ik het wist zat ik achterin de auto bij JODI, op weg naar de Biesbosch. Omringd door beverdammen spraken we over de roerige jaren negentig, de beruchte reputatie van hun werken en de toekomst van netart.

Zo verliep de correspondentie ongeveer

The Creators Project: Hoe staat het er momenteel voor met jullie kunstpraktijk, waar werken jullie aan?
Joan Heemskerk: We richten ons de laatste tijd vooral weer op websites. We maken domeinnamen en gebruiken daarin symbolen of tekens die niet te vinden zijn op een toetsenbord, bijvoorbeeld uit een Aboriginal- of Inuittaal. Het is een serie van ongeveer vijftig werken.
Dirk Paesmans: We letten er bij deze serie op dat het heel minimaal is afgewerkt, wat dat betreft lijken deze werken wel op de werken waar we mee zijn begonnen. We zijn nog steeds bezig om fouten in codes bloot te leggen zodat je daadwerkelijk kan zien dat er iets fout gaat. Nu noemen ze dat een ‘glitch’, maar vroeger hadden we daar geen woord voor. We hanteren nog steeds een minimale stijl, op het irritante af; videogames die uit niets anders bestaan dan geluid, witte schermen met minimale visuele content, noem maar op.

Een screenshot van het nieuwe werk van JODI, Apache is functioning normally

Even terug naar de jaren negentig, hoe kijken jullie terug op deze periode? Is er een werk uit jullie oeuvre waar jullie het meest trots op zijn?
Joan: Het werk dat mensen wat mij betreft zouden moeten kennen is OSS, maar dat werkt deels niet meer omdat het in OS-9 is gemaakt. Als mensen die cd in hun computer staken stond het hele bureaublad opeens vol met icoontjes en ging de computer een eigen leven leiden. Je scherm begon dan te flikkeren en iedere keer als je dacht er uit te kunnen komen bracht iedere toets of muisklik je verder in de problemen. Er ontstaan effecten in effecten en programma’s werden automatisch gedownload. Uiteindelijk liep dan het hele systeem vast en ging het echt goed fout.

Dirk: Wat dat betreft is ‘goed fout’ wel een slogan die past bij ons werk.

Wat willen jullie precies zeggen met dat werk?
Dirk: We willen laten zien dat je browser en je desktop helemaal niet alleen van jou zijn. We willen de boel in de war sturen, en duidelijk maken dat je computerscherm in werkelijkheid maar een heel dun laagje vormt tussen de publieke zone en je privézone. Mensen denken vaak: o, die browser, daar kan iedereen gekke dingen in doen. Maar als je opeens ziet dat je eigen bestanden op internet verschijnen of aangetast worden dan schrikken ze pas echt. We willen eigenlijk de emotie van de gebruiker gebruiken en er een beetje drama aan toevoegen.
Joan: Het is niet zo dat er echt iets met iemands computer gebeurde. Je kon er wel uitkomen, maar dat lukt vaak niet meteen omdat ik een vertraging had ingebouwd. Mensen bleven dan vaak op hun keyboard rammen terwijl er niets gebeurde.

Is dat ook de jullie visie, om de relatie tussen mens, computer en internet te verstoren?
Joan: Nee. Dat is wat het werk uiteindelijk doet, maar dat is niet de achterliggende gedachte. Dat is om mensen zelf bewust te maken van hoe ze reageren op computers. Mensen raken dan in paniek, er ontstond dan een soort mimicry tussen gebruiker en computer die alle dagelijkse handelingen doorbrak.

Zo ziet het ‘gastenboek‘ van OSS eruit

Ik kan me zo voorstellen dat niet iedereen blij was met jullie kunst.
Dirk: Dat waren ze ook niet. We hebben over OSS bijvoorbeeld heel veel klachten gekregen. We kregen enorm veel mails, ook van providers die ons verzochten om de server te verlaten en de site op te heffen. Dat vonden we eigenlijk zo grappig dat we die mails een tijd lang op de site hebben laten staan, met de mogelijkheid voor mensen om te reageren. Het was eigenlijk een soort gastenboek waar complete ruzies en discussies losbraken tussen voor- en tegenstanders van ons werk.

Joan: Dit is eigenlijk wat we wilden; een soort schrikeffect bereiken, maar dan wel op een visueel en conceptueel interessante manier. Vergelijk het met een spannende film: de makers weten dat de toeschouwer op een gegeven moment gaat schrikken of op een bepaalde manier reageert. Wij betrekken dat op de persoonlijke relatie die mensen met hun computers hebben. Jij vindt het volgens mij niet leuk als ik je laptop in de zandbak gooi of als ik er een virus op loslaat. Dat is het boeiende aan netart: het is heel persoonlijk, ondanks dat het een kunstvorm is die zich op een medium baseert. Mensen zijn ontzettend emotioneel betrokken bij hun apparaten.

Zou je dan zeggen dat jullie werken niet in een museum passen?
Dirk: Het zal mensen ongetwijfeld niet zoveel uitmaken als een computertje in een museum het niet meer doet door toedoen van een van onze werken. Het raakt je natuurlijk veel meer als het betrekking heeft op je eigen apparaten. Als onze werken worden getoond in musea, verandert de functie. Een positief punt aan het exposeren van net art in musea is dan weer dat mensen de URL kunnen onthouden en het werk mee naar huis kunnen nemen.

Hoe gaan jullie om met het feit dat het internet ondertussen toegankelijk is geworden op telefoons?
Dirk: Dat is denk ik waar de uitdaging voor netart tegenwoordig ligt: het beeldscherm wordt steeds compacter. Wij spelen daar ook op in, onder andere met onze app uit 2012, ZYX.We werden eigenlijk geïnspireerd door de app waarmee je kon doen alsof je telefoon een biertje was, dat steeds leger werd naarmate je je telefoon schuiner hield. Dat bewijst dat er een soort waterpas in je telefoon zit die je bewegingen kan registreren. Je telefoon meet ook afstanden en snelheden. We willen de gebruiker van de app allerlei bewegingen uit laten voeren, een soort ‘bewegingsperformance’. Joan heeft zich daarop toegespitst en zich al de technieken om een app te kunnen bouwen aangeleerd.

Het internet is natuurlijk erg veranderd sinds jullie begonnen met het maken van internetkunst. Hoe heeft dat jullie werk veranderd?
Joan: Ja absoluut, na 2000 zijn we zelfs een tijd lang gestopt met het maken van online werken. We zijn toen alleen maar bezig geweest met gamemodificaties en installaties. Rond 2005 begonnen we wel weer met het maken van websites. Bijvoorbeeld Geogoo. Dat teert natuurlijk wel op Google en niet zozeer op iemands eigen desktop. Je zit dan als een parasiet op bestaande services.
Dirk: Nou ja, als een parasiet zou ik niet zozeer zeggen. Het is meer een interventie. Sommigen noemen het hacken. Je bent maar een zandkorreltje in de machine maar zelfs een klein korreltje kan genoeg zijn om de boel stil te zetten. Een deel van onze frustratie komt ook voort uit die ontwikkeling. Het internet verandert zo snel dat dingen het al gauw niet meer doen. De app, ZYX, zal na een aantal updates waarschijnlijk niet meer werken. Daar ligt wel een rol voor musea, het conserveren van dit soort werken, compleet met de oude hardware en software waar ze op draaien.

Heeft netart haar oorspronkelijke tegendraadsheid verloren?
Joan: Ja, ik denk het wel.
Dirk: Ja, maar dat hoeft niet alleen negatief te zijn. Er is nu veel aandacht voor, galeries verkopen het, musea kopen het aan en exposeren het, kunstbladen staan er vol mee. Mensen kijken tegenwoordig naar het grote plaatje: ze zoeken de relatie tussen oude en nieuwe netartwerken, er wordt gekeken naar netart in relatie tot videokunst en andere kunstvormen. Netart is plotseling een grote speler geworden waar rekening mee gehouden moet worden. Het medium kan nu echt zijn mannetje staan, dat was vroeger wel anders. Bovendien hoeft iets niet tegendraads te zijn om de interesse te wekken of om mooi te zijn.

Screenshot van Deli Near Info van Harm van den Dorpel

Waar ligt de toekomst van netart? Wie of wat moeten we in de gaten houden?
Dirk: Ik denk dat het kleiner worden van het scherm een van de belangrijkste ontwikkelingen is, of dat het zich in ieder geval rond het blikveld van de toeschouwer gaat vormen. Een andere belangrijke ontwikkeling is hoe groot sociale media zijn geworden. Harm van den Dorpel speelt hier geweldig op in met Deli Near Info; een alternatief sociaal medium. Het gaat, anders dan de meeste social media, niet uit van zakelijke interfaces of gladde datavisualisatie.

Wat is de grootste misvatting die mensen over internetkunst hebben?
Dirk
: Dat het alleen mannelijke ICT-nerds zijn die dit soort kunst maken.
Joan: Daarom heten we ook JODI (Dirk + Joan), een meisjesnaam. Maar eigenlijk betekent het ook ‘Fuck’ in het Spaans.

Emmie Giesbergen

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s