Photo Montage in Photoshop Tutorials

Montage Tutorial

Refine Edge

Remove Anything

Blend If

Retouching, Blend If, Frequency Separation, Liquify and more…

Advertisements

Everything is a Remix: Fair Use

Source: everythingisaremix.info

How do you copy media legally for the purposes of criticism and commentary? Find out in the new Everything is a Remix! This video was co-written by Jack Lerner.

Got questions about fair use? Send them to me via Twitter or Facebook and we might answer them in a follow-up video.

If you’d like to see more free videos from me, come back me on Patreon.

‘Everything is a Remix’ shirts are currently on sale. A limited number of special color options are currently available.

Up next from me is Episode Five of my video-on-demand series, This is Not a Conspiracy Theory.

Additional Resources Featured in the Video

Teamrollen van Belbin

Bron: wikipedia.nl/Meredith_Belbin

Meredith Belbin

Meredith Belbin (1926) is een Britse wetenschapper die bekend is geworden door zijn onderzoek naar de effectiviteit van managementteams en zijn negen teamrollen.

… Omdat hij belangstelling had voor zowel het functioneren van groepsgedrag als voor individueel gedrag, maar er niet al een bepaalde theorie op nahield, vroeg hij drie wetenschappers met volkomen verschillende invalshoeken om met hem samen te werken in een onderzoek naar effectiviteit van managementteams: Bill Hartston, wiskundige en internationaal schaakmeester, Jeanne Fisher, een antropoloog die Keniaanse stammen had bestudeerd, en Roger Mottram, een organisatiepsycholoog. Samen begonnen de vier een onderzoek dat zeven jaar zou duren, naar effectiviteit van managementteams. Het onderzoeksteam van Belbin organiseerde per jaar drie managementgames, waarbij telkens acht teams een rollenspel speelden, gebaseerd op een bepaalde bedrijfssituatie. Per spel werden alle deelnemers van tevoren gevraagd een aantal psychologische tests in te vullen, waaronder persoonlijkheidsvragenlijsten en intelligentietests. Tijdens het spel werden de teams vervolgens geobserveerd en werden alle gedragingen (bijdragen van de individuele teamleden) via gedragsobservatiemethoden gecategoriseerd. De resultaten van dit onderzoek stelden Belbin na verloop van tijd in staat om aan het begin van een managementgame voorspellingen te doen over welk team zou gaan winnen en hier bij de samenstelling van de teams invloed op uit te oefenen.
——-

Bron: wikipedia.nl/Teamrol

Teamrol

Een teamrol is de sociale rol die iemand aanneemt binnen het team. De rol die iemand aanneemt is afhankelijk van meerdere factoren:

Bijdragen

Veel onderzoek hiernaar is verricht door Meredith Belbin die met zijn onderzoekteam tot de conclusie kwam dat iedereen op minstens drie verschillende manieren bijdraagt tot een team:

  • vakinhoudelijke rol
  • organisatorische rol, ofwel de positie die zij bekleden en de taken en verantwoordelijkheden die zij daarmee hebben ten opzichte van anderen
  • op basis van hun persoonlijkheid of teamrol

Dit is het eerste uitgangspunt van wat Belbin teamrolmanagement noemt. Belbin definieerde een teamrol als de kenmerkende manier waarop iemand zich gedraagt, zijn bijdrage levert en met anderen omgaat.

Evenwicht

Belbin stelt vervolgens dat elk team behoefte heeft aan een optimaal evenwicht tussen de teamrollen. Een goede taakverdeling, waarbij de taken en verantwoordelijkheden van de teamleden zo veel mogelijk overeenstemmen met hun natuurlijke teamrollen is daarbij van het grootste belang. Bij het samenstellen van teams benadrukt Belbin het belang van ‘complementariteit’. Complementaire bijdragen leiden tot betere resultaten dan concurrerende bijdragen. Een van de belangrijkste conclusies was dat de sterke punten die elke teamrol heeft, altijd samengaan met wat Belbin ‘toelaatbare zwakheden’ noemde. Deze zwakheden doen geen afbreuk aan de effectiviteit van het team, omdat een goed inzicht daarin ertoe kan leiden dat ze worden opgevangen door de sterke punten van anderen.

Natuurlijke rol

Ieder persoon heeft volgens Belbin twee of drie teamrollen die van nature goed bij haar passen en waarin zij zich thuisvoelt. Volgens Belbin is het zaak dat mensen zich van hun natuurlijke rollen bewust worden, deze ontwikkelen en productief maken in de samenwerking met anderen. Elke teamrol staat voor een karakteristiek temperament, een manier van informatie verwerken en een strategie om problemen op te lossen. Een teamrol is opgebouwd uit persoonlijkheidskenmerken, mentale vaardigheden en persoonlijke overtuigingen en wordt in de loop der jaren mede gevormd door de sociale context en beïnvloed door levenservaringen en zelfinzicht.

Negen teamrollen

In 1981 stelde Belbin in zijn boek Management Teams acht teamrollen voor; de voorzitter, de vormer, de vernieuwer, de brononderzoeker, de bedrijfsman, de groepwerker, de zorgdrager en de monitor. In 1988 passte hij deze enigszins aan en kwam hij tot negen teamrollen; bedrijfsman werd uitvoerder, voorzitter werd coördinator en zorgdrager werd afronder. Als negende teamrol werd de specialist toegevoegd.

Uitvoerder
(sinds 1988) Nuchter, ordelijk en taakgericht. De harde werker, met een groot praktisch inzicht en organisatietalent. Betrouwbaar, consciëntieus en plichtsgetrouw, gaat op zeker.
Toelaatbare zwakheden: Soms weinig flexibel, voorspelbaar en behoudend. Staat niet open voor ideeën die hun praktische waarde nog niet hebben bewezen.
Brononderzoeker 
Extravert, enthousiast en avontuurlijk. De netwerker, die makkelijk contacten legt en onderhoudt en altijd op zoek is naar nieuwe kansen en mogelijkheden.
Toelaatbare zwakheden: Snel verveeld, verliest belangstelling als het eerste enthousiasme is weggeëbt, nonchalant met betrekking tot details.
Plant 
Solistisch, rijk aan verbeelding en fantasie. Een creatieve denker en vrije geest, die met originele invallen en oplossingen komt en buiten de gebaande paden treedt.
Toelaatbare zwakheden: Is sterk op innerlijke denkwereld gericht en kan daardoor verstrooid en afwezig lijken en het contact met de wereld verliezen. Trekt zich weinig aan van protocol en conventies.
Monitor 
Verstandig, bedachtzaam en kritisch. De analyticus, koel en objectief, die over veel kennis beschikt, alle voors en tegens in kaart wil brengen en beslissingen zorgvuldig wil afwegen.
Toelaatbare zwakheden: Soms te voorzichtig en afwachtend. Door zijn kritische zin en relativerend vermogen weinig inspirerend en weinig in staat anderen te motiveren.
Vormer 
Extravert en dynamisch, gepassioneerd en wilskrachtig. Sterke drang om te presteren, zoekt de uitdaging, gaat tot het uiterste en weet mensen in beweging te krijgen.
Toelaatbare zwakheden: is ongeduldig en kan driftig reageren als hij wordt tegengewerkt. Heeft de neiging anderen te provoceren en gevoelens te kwetsen.
Coördinator 
(sinds 1988) De natuurlijke coördinator, die de procedures aangeeft, bedoelingen verheldert en samenvat wat iedereen wil. Heeft een goede antenne voor de talenten van anderen.
Toelaatbare zwakheden: zet graag anderen aan het werk en kan goed werk delegeren, ook het eigen werk. Kan een beetje manipulatief zijn in de poging alle neuzen één kant op te krijgen.
Afronder 
Nauwgezet, zorgzaam en zorgvuldig. Voelt aan wat er mis kan gaan, bewaakt de kwaliteit en de veiligheid en kan goed dingen afmaken. De perfectionist en pietje precies.
Toelaatbare zwakheden: kan overbezorgd zijn en zich druk maken over de kleinste dingen, kan moeilijk iets uit handen geven.
Groepswerker 
Behulpzaam en attent, gericht op het scheppen van sfeer en het zoeken van de onderlinge verbinding. Bezit tact en diplomatie en kan met iedereen overweg.
Toelaatbare zwakheden: Kan te meegaand zijn, kan moeilijk uit de weg met conflicten en kan daardoor in kritieke momenten moeilijk een beslissing nemen.
Specialist 
(toegevoegd in 1988) De toegewijde vakman. Een stille eenling, die zich in een team niet zo thuis voelt en zijn bijdrage levert door veel te weten van een doorgaans beperkt vakgebied.
Toelaatbare zwakheden: Waagt zich niet gauw buiten het eigen vakgebied en is weinig geïnteresseerd in de complementaire bijdragen van anderen.

Ai Skills – Video Tutorials

Kijk op Youtube voor de hele playlist!

Instap tutorial voor Adobe Illustrator. Gebruik een portret naar keuze, liefst met goede belichting. Let niet teveel op kleine details. Gebruik een aantal basisfuncties van Illustrator om snel een vectorportret te maken.

Bronbestand (niet van mij):

Eindresultaat:

Wat je niet ziet in de video:

De wenkbrouwen, neusgaten en neusvleugels zijn gemaakt met de pen-tool. De kleur is eraan gegeven met behulp van de pipet (eyedropper). Sproeten zijn gemaakt met de pen-tool en zijn met behulp van de ‘command+option(alt)’ toetsen verplaatst als kopie.

De schaduw aan de linker- en rechterzijde van het gezicht zijn gemaakt met de pen-tool. De kleur is in eerste instantie hetzelfde gemaakt als de basiskleur van het gezicht en vervolgens via de kleurkiezer tot een donkerdere variant van die kleur gemaakt.

De highlights en schaduwen van het haar zijn gemaakt met behulp an de pen-tool en de kleuren zijn wederom gekozen met behulp van de pipet (eyedropper).

That’s it. There’s nothing more to it.

Waarom objectieve journalistiek een misleidende en gevaarlijke illusie is

Objectiviteit is het slechtst begrepen, hardnekkigste en meest misleidende ideaal in de moderne journalistiek. En, in tijden van evident liegende, autoritaire politici: een gevaar voor de democratie.

Source: decorrespondent.nl

Column: Waarom objectieve journalistiek een misleidende en gevaarlijke illusie is

RobWijnberg – Hoofdredacteur –

‘Je zit heel snel aan de kant dat je als redactie een standpunt lijkt in te nemen. En dat is wat ik juist nooit wil. Dat is wat wij niet willen. Wij willen geen standpunt over het nieuws innemen. Wij willen dat ons publiek een standpunt over het nieuws inneemt.’

Marcel Gelauff deed deze uitspraken in De Wereld Draait Door. Hier kun je het terugkijken. Aldus sprak Marcel Gelauff, de baas van het NOS Journaal.

Objectiviteit, want daar hebben we het over, is misschien wel de slechtst begrepen, hardnekkigste en gevaarlijkste illusie waar de journalistiek ooit in is gaan geloven. Slecht begrepen, omdat het altijd verward wordt met onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hardnekkig, omdat het lui maakt en goedkoop is. Gevaarlijk, omdat het de grootste leugen is die je je publiek kunt verkopen. En een illusie, ja, omdat het niet bestaat.

De oorsprong van het objectiviteitsideaal

Journalistieke objectiviteit begon ooit, zoals wel meer westerse geloofsartikelen, als een laat-negentiende-eeuws ideaal met hele andere bedoelingen dan ze nu heeft. In die tijd was journalistiek namelijk nog vaak niets meer dan een doorgeefluik van machthebbers: de koning dicteerde, de verslaggever schreef op, zogezegd. Kranten stonden vol met mededelingen van bovenaf: oorlogsverklaringen, veranderde vaarroutes, oproepen tot gebed – dat soort dingen.

Door de Verlichting en de opkomst van de moderne wetenschap ontstond het idee van journalistiek als kritische tegenmacht: ze moest geen boodschapper zijn, maar controleur. Ten grondslag daaraan lag een nieuw ideaal genaamd objectiviteit, in de zin van zelfstandigheid: wij, de pers, bepalen zelf wat we melden. En pas als we gecontroleerd hebben of het klopt.

Nu, ruim een eeuw later, een volledig geprofessionaliseerde pr- en voorlichtingsindustrie rijker, en alle moderne illusies over Waarheid met een hoofdletter W armer, is objectiviteit precies het omgekeerde gaan betekenen: niet de pers, maar ‘dat wat er gebeurt in de wereld’ bepaalt wat er gemeld wordt – de pers doet daar slechts ‘verslag van.’ Neemt daar, zoals Gelauff het formuleert, ‘geen standpunt’ over in.

Wij zoeken het uit werd: u zoekt het maar uit.

Nu weten mensen die bekend zijn met mijn nieuwsfilosofie al langer wat ik van objectiviteit vind (De Correspondent zweert het zelfs expliciet af Hier vind je ons manifest, waarin wij stellen ‘expliciet subjectief’ te zijn. in zijn manifest), maar in een tijd dat Facebook en Google Ik schreef eerder dit essay over het verdienmodel van nepnieuws: ‘Waar is wat klikt.’ een verdienmodel voor nepnieuws hebben uitgevonden, het Witte Huis bewoond wordt door een Lees in deze column wat ik bedoel met ‘bullshitter’ Donald Trump. pathologische bullshitter en in ons eigen land zijn evenknie bovenaan in de peilingen staat, is het niet onverstandig om nog eens te herhalen: journalistieke objectiviteit is een regelrechte bedreiging van onze democratie.

En wel hierom.

1. Objectiviteit bestaat niet

Marcel Gelauff zegt dat hij niet wil dat zijn redactie ‘een standpunt’ inneemt over het nieuws. Als eerste verzucht ik dan: dat kan helemaal niet. Het is letterlijk onmogelijk de wereld te beschrijven zonder een idee te hebben van goed en kwaad, van relevant en triviaal, van waar en onwaar.

Achter ieder nieuwsbericht, ieder verhaal, ieder journaalitem, gaat een wereldbeeld schuil, gebaseerd op ontologische (wat is werkelijk?), epistemologische (wat is waar?), methodologische (hoe komen we erachter?) en morele (waarom is het belangrijk?) aannames. Of, om het iets Gelauffser te formuleren: al het nieuws komt voort uit een standpunt.

Waarom zijn graancirkels gemaakt door ufo’s nooit opening van het Journaal? Omdat de redactie het standpunt koestert dat ufo’s niet bestaan.

Waarom is de vertraging van de trein tussen St. Petersburg en Novosibirsk nooit opening van het Journaal? Omdat de redactie het standpunt koestert dat een vertraagde Russische trein er niet toe doet.

Waarom is Eerder schreven correspondenten Maurits Martijn en Tomas Vanheste een verhaal over Vitol: ‘Over deze Nederlandse oliereus is nog nooit een Kamervraag gesteld.’ het grootste en machtigste Nederlandse bedrijf ter wereld – olie- en gastransporteur Vitol – nooit opening van het Journaal? Omdat de redactie het standpunt koestert dat het bedrijf niets verkeerd doet.

En dus geldt andersom ook: waarom is een tweet van Donald Trump, een bombardement in Syrië, een beleidsvoorstel van Mark Rutte of chaos op Utrecht Centraal dan wél opening van het journaal? Omdat de redactie het standpunt koestert dat uitspraken van een Amerikaanse president, oorlogen in het Midden-Oosten, plannen van onze premier en oponthoud voor Nederlandse reizigers ertoe doen.

En waarom noemt het Journaal bommen van IS altijd ‘terroristische aanslagen’ en bommen van een westerse overheid ‘bombardementen’? Omdat de redactie het standpunt koestert dat dat is wat ze zijn.

En waarom brengt het Journaal de groei van onze economie altijd positief in plaats van als een ramp voor het klimaat, het milieu of het koraal in de zee? Omdat de redactie het standpunt koestert dat economische groei goed is.

Zeggen dat je als redactie ‘geen standpunt inneemt over het nieuws’ is dus, in de eerste plaats, de meest fundamentele misleiding die je je publiek kunt voorspiegelen.

En, in de tweede plaats: Dommer nog dan je presentatoren laten staan, wat Marcel Gelauff ‘een belangrijk moment in de historie van het NOS Journaal’ noemde. de domste opdracht die je je redactie kunt meegeven.

2. Objectiviteit is een slecht streven

Zoals gezegd: objectiviteit bestaat niet. Maar, zeg ik er altijd achteraan: áls het zou bestaan, zouden journalisten er verre van moeten blijven.

Want zoals de term ‘objectiviteit’ meestal gebruikt wordt, gaat het meestal over de morele dimensie: je wordt als journalist geacht je ‘morele oordeel’ op te schorten. Je mag als journalist niet zeggen ‘wat je ervan vindt.’

Maar de journalistiek zélf is al geen amorele bezigheid. Integendeel: journalistiek is door en door moreel. Het gaat over wat we als samenleving belangrijk vinden – of zouden moeten vinden. Alle journalistiek begint en eindigt dus bij een opvatting over goed en kwaad. Dat de aarde warmer wordt, is geen nieuws omdat het een feit is. Nee, dat de aarde warmer wordt, is nieuws omdat het iets slechts is.

Journalistiek is door en door moreel. Alle journalistiek begint en eindigt bij een opvatting over goed en kwaad

Draag je een journalist op zijn morele oordeel thuis te laten, dan kunnen er twee dingen gebeuren: óf hij heeft geen flauwe notie van wat belangrijk is om te vertellen en gaat onverrichter zake naar huis, óf hij komt daar alsnog achter op de enige manier die hem nog rest: door het anderen te laten bepalen. Dat betekent in de praktijk: Ik sprak uitgebreider over objectiviteit en spreekbuis zijn van de gevestigde orde in dit interview met Esther van Fennema. je wordt een spreekbuis van de gevestigde orde. Want ‘de gevestigde orde’ is: zij die de macht hebben te bepalen wat belangrijk, triviaal, goed of slecht is. Of, om onze premier te parafraseren: Premier Rutte schreef een brief ‘aan alle Nederlanders’ waarin hij mensen oproept ‘normaal te doen’ wat ‘normaal’ en ‘niet normaal’ is.

Objectieve journalistiek, gedefinieerd als ‘geen standpunt innemen’ of ‘geen mening hebben,’ is dus precies het omgekeerde van wat de grondleggers ermee beoogden: het klakkeloos vertolken van wat machthebbers vinden. Door het standpunt ‘aan het publiek’ te laten, reduceer je journalistiek letterlijk tot persbericht van de gevestigde orde: een reproductie van de communis opinio onder elites.

Dan vervul je, kortom, het meest basale onderdeel van je werk niet.

Waarmee we bij het derde, en op dit moment meest prangende probleem van objectiviteit zijn aanbeland, namelijk:

3. Objectiviteit is een gevaar voor de democratie

Nieuws is een van de belangrijkste informatiebronnen in onze democratische samenleving. Het bepaalt voor een groter deel dan ooit wat we van de wereld weten, denken en vinden. Het beïnvloedt ons stemgedrag, ons beeld van andere mensen, andere culturen en andere landen. Het bepaalt, in grote mate, zelfs het beeld van onszelf.

Nu dat wereldbeeld meer en meer gevoed wordt door halve waarheden, hele fabels en regelrechte leugens, afkomstig uit de hoogste rangen van de wereldpolitiek, bekrachtigd door de hardste schreeuwers uit de nationale politiek, en in milliseconden verspreid over miljoenen telefoons, laptops en televisieschermen, is het meer dan ooit zaak dat journalistiek ergens voor staat. Zich committeert aan waarden waar een democratische gemeenschap niet zonder kan: de controle van macht, het achterhalen van waarheid, het bieden van context en perspectief.

Dus als de president van de Verenigde Staten het aantal toeschouwers bij zijn inauguratie bij elkaar fabuleert, en vervolgens uithaalt naar alle media die met harde bewijzen aantonen dat dat een leugen is, dan is het niet afdoende om te melden dat ‘Trump de media beschuldigt, ondanks de vele bewijzen van het tegendeel,’ zoals het NOS Journaal die avond deed. Dan behoor je te zeggen dat een van de machtigste politici ter wereld, wederom, The New York Times zocht het goed uit en schreef het goed op: wat Trump beweert, is onwaar. aantoonbare onwaarheden verkondigt. En dan behoor je uit te zoeken The Washington Post schreef bijvoorbeeld een uitstekende achtergrond over waarom Trump zijn perschef opdracht gaf de fabels de wereld in te helpen. waarom hij dat deed. Terwijl je ondertussen De prijswinnende site Politifact.com doet dat goed, met alle campagnebeloften van Trump op een rij. precies bijhoudt welke daden hij bij zijn woorden voegt. Want ‘geen standpunt innemen’ betekent anders niet alleen dat je een spreekbuis bent van de macht, maar ook een kruiwagen van de leugen.

De volksmenner mag aan politieke correctheid een broertje dood hebben, journalistieke correctheid is zijn grootste vriend. En daar is geen democratie tegen bestand.

Train je Growth Mindset

Bron: vernieuwenderwijs.nl

Growth Mindset: Wat is het en hoe leer je het aan?

16 maart 2016 – door Wessel Peeters

Een IQ van 120 of een CITO score van 540: een score die laat zien hoe intelligent je bent. Op basis van een dergelijke score word je ingedeeld in het vervolgonderwijs en vervolg je je leerroute waar je je verder ontwikkeld… maar kun je dan ook intelligenter worden? Wat zegt zo’n IQ-test of CITO-toets dan nog? Vragen die je jezelf kunt stellen maar nog veel belangrijker: vragen die je je leerlingen moet stellen. Als we willen dat leerlingen intrinsiek gemotiveerd zijn is het belangrijk dat zij begrijpen dat je hersenen constant in ontwikkeling zijn en dat je daar zelf invloed op hebt: het is belangrijker dat zij beschikken over een growth mindset.

Mindset

De vraag of onze intelligentie en vaardigheden (capaciteiten) vast staan is eeuwen oud. Natuurlijk, je leert je hele leven… maar ontwikkelen we daardoor ook onze capaciteiten? Daarover zijn in wezen 2 verschillende overtuigingen: Onze capaciteiten staan vast en onze capaciteiten kunnen groeien. Concreter zijn de gedachten hierover geworden toen Amerikaanse psychologe Carol Dweck (2006), verbonden aan de Stanford University, onderzoek deed naar de motivatie van prestaties van leerlingen en daarbij concludeerde dat er twee soorten mindsets (denkstijlen) zijn: De fixed mindset (vast) en growth mindset (groeien).

Growth-v-Fixed

Growth Mindset

De mensen die hier achter staan – of met deze mindset rondlopen – hebben de overtuiging dat je capaciteiten kunt ontwikkelen (Murphy, 2008). Al hoewel iedereen op een eigen tempo ontwikkeld, is iedereen met de juiste begeleiding en overtuiging in staat zijn of haar capaciteiten te vergroten. Hierbij hoort ook dat falen vooral betekent dat je enkel meer moet oefenen: probeer het maximale uit jezelf te halen (Masters, 2013). Iemand met een growth mindset is dan ook in staat om te leren van feedback c.q. kritiek. Waar precies het limiet ligt van iemand zijn of haar capaciteiten is onduidelijk. Feit is wel dat de IQ (of CITO) score geen vast gegeven is: het een momentopname (Prins, 2003).

Under a growth mindset, ‘failure’ is defined not in terms of year-level expectations, but as inadequate learning progress. – Masters, 2013

Fixed Mindset

De mensen die hier achter staan – of met deze mindset rondlopen –  hebben de overtuiging dat capaciteiten vast staan (Murphy, 2008). Op het moment dat je ergens succes in hebt, dan heb je daar talent voor. Dingen waar je minder goed in bent probeer je te vermijden: op die manier maak je geen fouten en krijg je geen negatieve feedback (Walters, 2015). Hierdoor is het succes van anderen ook bedreigend. Perfectionisme of faalangst kunnen een sterke rol gaan spelen en zo nieuwe ervaringen in de weg gaan staan: Iemand geeft snel op (Prins, 2003). Vanuit deze relatieve onzekerheid wordt bevestiging gezocht voor iemand zijn of haar intelligentie of persoonlijkheid: Zij proberen soms slim over te komen en willen dan ook zeker niet dom lijken.

Nature én Nurture

De hierboven omschreven mindsets zijn relatief zwart-wit. In de praktijk toont het merendeel van de recente onderzoeken aan dat de intelligentie een combinatie is van Nature (aangeboren, fixed) en Nurture (aangeleerd, omgeving, growth). Mensen zijn in staat om zichzelf te ontwikkelen, maar dat zal bij het een makkelijker gaan dan bij de ander (Dweck, 2007). Tot noch toe moet dit niet als een bijzonder gegeven klinken.. maar toch is dat voor leerlingen niet altijd vanzelfsprekend.

Let’s give students learning tasks that tell them, “You can be as smart as you want to be”. – Dweck, 2008

Het belang van een Growth Mindset

Het hebben van een growth mindset heeft een positieve effect op leerlingen. Zo blijkt uit onderzoek dat (Walters, 2015):

• Growth Mindset training voor betere prestaties kan zorgen. (Blackwell et al., 2007; Yeager and Dweck, 2012; Good, Aronson, & Inzlicht, 2003).

• Growth mindedness er voor zorgen dat leerlingen deep learning skills (kritisch denken, samenwerken; softkills, 21st century skills) gebruiken en zo makkelijker herstellen van het halen van een laag cijfer (Grant and Dweck, 2003).

• Het prestatieverschil tussen leerlingen met een growth mindset kleiner wordt of verdwijnt. Anders gezegd: stereotype groepen die normaal slechter presteerde (denk jongens, denk achtergestelde groepen), kwamen meer om één lijn met de rest. Stereotypering wordt zo doorbroken. (Aronson et al., 2002; Blackwell et al., 2007; Good et al., 2003)

Om het bovenstaande te bereiken is het wel belangrijk dat leerlingen begrijpen dat ze in staat zijn om zichzelf te ontwikkelen – het is belangrijk dat leerlingen rondlopen met een growth mindset. Dit lijkt een logisch gegeven, maar het komt geregeld voor dat leerlingen roepen “dat kan ik niet” of “daar ben ik nooit goed in”. Dit kan een blokkade vormen om tot leren te komen (Masters, 2013). Met name bij VMBO leerlingen kán dit een sterke rol spelen: Zij zijn er immers aan gewend dat zij op basisschool achterop liepen als het gaat om cognitie.

Het aanleren van een growth mindset

Maar op welke manier kun je er nu tijdens je lessen of begeleiding van leerlingen er voor zorgen dat zij niet met een sterke fixed mindset rondlopen? Enkele belangrijke tips (Masters, 2013; Walters, 2015) kunnen zijn:

1. Zorg voor nuttige succeservaringen
Laat leerlingen succes hebben: Op die manier wordt leren leuker, worden leerlingen meer betrokken en bouwen ze meer zelfvetrouwen op (Masters, 2013).  Let wel op: een succeservaring is alleen waardevol als het enig waarde heeft: Zorg er voor dat leerlingen nét boven hun kunnen leren presteren: ‘Many educators think that lowering their standards will give students success experiences, boost their self-esteem, and raise their achievement… Well, it doesn’t work. Lowering standards just leads to poorly educated students who feel entitled to easy work and lavish praise.’ (Dweck 2006, 193). Te makkelijke taken kunnen leerlingen zien als tijdverspilling én daarbij maken zij dusdanig weinig fouten dat zij er niet van kunnen leren en groeien.

2. Creëer een risico-vrije leeromgeving
Laat leerlingen in zien dat het wordt gewaardeerd dat zij een uitdaging aan gaan, leren en voor perfectie gaan: fouten maken mag – het maakt je alleen maar beter.

3. Geef feedback op het proces (waarover zij controle hebben)
Al langer is bekend dat feedback geven op het proces belangrijk(er) is in vergelijking met het eindresultaat. Het is daarbij wel belangrijk dat je leerlingen feedback geeft op datgene waarover zij directe controle hebben: Geef dus feedback op hun genomen acties in plaats van bijvoorbeeld hun cognitie.

4. Geef breinles
Leer leerlingen dat je hersenen constant in ontwikkeling zijn. Geef les over de werking van je hersenen en op welke manieren je er invloed op hebt. Persoonlijke bemerken wij dat leerlingen dit ook vaak erg interessant vinden. Door hier les over te geven leren leerlingen begrijpen dat een growth mindset bestaat.

Uiteraard is het niet alleen aan docenten om hier mee bezig te zijn. Ook kunnen bijvoorbeeld ouders helpen. Zij kunnen bijvoorbeeld (Masters, 2013): inzet belonen, niet te veel aandacht besteden aan het resultaat van te makkelijke taken, de focus leggen op het (verbeteren van het) leerproces en het goede voorbeeld zijn: wees een rolmodel.

Apps en tools

Enkele apps, tools en opdrachten die kunnen ondersteunen bij het aanleren van een growth mindset zijn:

ClassDojo – Growth Mindset (1/5)

Formative – geef leerlingen direct feedback
Een erg handige tools waarover we recentelijke al een artikel schreven.

Tot slot zijn op deze 2 websites diverse formats en tools te vinden die erg nuttig kunnen zijn: http://www.mindsetworks.com/free-resources/ & http://www.edutopia.org/article/growth-mindset-resources

 

Bronnen:

Prins, P. (2003). Effectiever behandelen tussen ‘nature’ en ‘nuture’. Amsterdam: Vossiuspers UvA

Dweck, C.S. & Molden, D.C. (2007). Self-Theories: Their impact on competence motivation and acquisition. In A.J. Elliot & C.S. Dweck (Eds.): Handbook of competence and motivation. New York, London: Guilford Press

Dweck, C.S. (2013). Mindsets: Helping Student to Fulfill Their Potential. http://www.glenbard87.org/sitepages/parents-students/FOV1-0008F35B/FOV1-0008CD37/Dweck_Mindsets_Notes.pdf

Masters, N. (2013). Towards a growth mindset in assessmenthttp://works.bepress.com/geoff_masters/174/ 

Walters, S. (2015). Growth Mindsets: A Literature Review. http://www.temescalassoc.com/db/el/files/2015/02/Growth-Mindsets-Lit-Review.pdf

_ _ _ _ _ _ _ _ Voor de lessen van Edo